Archief | Schimmel RSS feed for this section

Life is a work in progress – Life

1 mrt

U weet wel hoe dat gaat.  Een mens moet al eens werken om op het einde van de maand de centjes te ontvangen waar een mens al eens de mooie dingen in het leven mee kan betalen.  En soms moet een mens al eens véél werken, waardoor er van leven niet al te veel in huis komt.

U kan de stiltes die af en toe deze pagina’s ontsieren, gerust toeschrijven aan de mengeling van een beetje teveel werk en een beetje teveel leven.  Maar nu het werken voor vandaag gedaan is en morgen enkel leuks belooft, wil ik graag een beetje schrijven over dat leven, dat leven waarvan ik altijd liever heb dat het er een beetje teveel dan een beetje te weinig aan is.

Het is gek hoe het gaat, dat leven van mij.  Niet alleen ben ik er in geslaagd op mijn relatief jonge leeftijd al een heel rariteitenkabinet bijeen te daten (herinnert u zich Peter nog, bijvoorbeeld, en Gino?), ik raakte onder het manvolk berucht (zowel in België als in het buitenland) én ik ontdekte dat de wereld erg klein is.

Soms wil je namelijk dat de wereld gewoon groot is.  Dat je tijdens het uitgaan enkel NIEUWE mensen ontmoet.  Maar omdat je vriendenkring doorgaans geen 20 nieuwe potentiële partners per week produceert, je via je werk ook al niet dagelijks een nieuw aantrekkelijk gezicht voorgeschoteld krijgt en in je stamcafé ook altijd hetzelfde publiek over de barkruk schuift, moet een mens al eens op zoek naar een ander middel om de wereld te verruimen.  En neen, daar bedoel ik niet de middelen mee die in rookbare, drinkbare, slikbare of snuifbare vorm bij de betere pooier te verkrijgen zijn.

Ik deelde eerder al mijn gevoelens over het wijde web en de wereld waar het toegang toe verschaft.  Het zal u dan ook niet gigantisch verbazen dat ik het ook al wel eens op de meer tastbare manier probeerde, dat daten.  Met de onvolprezen speeddate, jawel.

U kent het idee, zo zou ik denken: 7 mannen, 7 vrouwen, 7 tafeltjes, 1 bel.  De heren moeten het vermoeiende doorschuifwerk op zich nemen terwijl de dames glimlachend aan hun (meestal) wit wijntje nippen.  Maar voor je aan het betere voorstelwerk kan beginnen, is er De Entree.  Ah ja, want je verschijnt natuurlijk niet uit het niets aan dat tafeltje.  Met gierende zenuwen in de (oh god – hopelijk platte!) buik, stap je het restaurant binnen.  Plots galmt de reclameslogan van Head’n Shoulders (“you never get a second chance to make a First impression”) irritant hard door je hoofd en word je je bewust van je eigen uiterlijke verschijning en de gigantische invloed van dat laatste pak chips erop.  En van de 26 ogen erop gericht.  Je (als u mij bent) bent immers doorgaans de laatste op dat soort gelegenheden.  Je durft zelf niet echt te kijken, angstig onmiddellijk al te beseffen dat het een verspilde avond zou gaan worden.  De vrouwen nemen je in stilte op de korrel (als u zoals mij vrouw bent) en de mannen…  De mannen staan gewoon in stilte stoer te doen.  Het moment dat je je bij de andere geslachtgenoten vervoegt, voel je de gedachte door je hoofd razen (“waarom, WAAROM TOCH, deed ik hier ook alweer aan mee?”) die iedereen op dat moment in vertwijfeling, edoch verholen onder breedschouderig tooggehang of opgewekt vrouwelijk gekwetter, in zijn ban houdt.

Maar gelukkig is er dan de gong.  De Gong.  Waarom een Oost Aziatische idiofoon het wapen van keuze is, geen mens die het weet.  Je kan alleen hopen dat het geen verwijzing is naar de manier waarop De Beurs wordt geopend, denk ik dan.  Die gong laat op niet navolgbare wijze weten dat wat je nu nog niet wist over je tijdelijke tafelgenoot, mogelijks voor altijd een mysterie zal blijven.

De eerste keer dat ik een Speeddate bezocht (ik beken, ik kan me op een zekere ervaring terzake beroepen) had ik de kardinale fout gemaakt om geen gebruik te maken van het voorgedrukte blaadje papier en de met reclame voor de organisatie versierde balpen.  Zo tijdens een speeddate, leek het me een vreemd moment om een briefje naar iemand te beginnen schrijven.

Maar eens het moment van Het Kiezen was aangebroken, werd ik geconfronteerd met het grootste probleem der speeddates: “it’s all in a name”.  Het zal u verbazen hoeveel koppels hun zonen tijdens de jaren ’70 “Bart” doopten.  En als je (als u bent zoals ik tenminste) daarenboven nog een beetje problemen hebt met het uit elkaar houden van “Gunther”s en “Jurgen”s en “Steven”s en “Peter”s, wordt Het Kiezen plots een stuk ingewikkelder.  Dat blaadje en die balpen blijken daar dus voor een reden te liggen…  U kan het maar geweten hebben.

Maar na de gestileerde paringsdans der woorden die man na man langs het tafeltje van vrouw na vrouw (ver)leidt, komt het beste deel.  Dan mag je nog wat nakaarten, zo met zijn allen, aan de bar.  Heerlijk is dat, zeker als één van de voorgestelde dates een zekere interesse los kon weken.  Want dan mag je nu van nabij ervaren dat die weekheid zich niet alleen bij JOU bevond.  Heerlijk, die subtiele machtsstrijden om die ene begeerde…

Ik heb dus geleerd om bij het speeddaten steeds het papiertje te gebruiken én om onmiddellijk na de paringsdans naar huis te gaan.  Want dan mag je inloggen op de website en vakjes aankruisen.  Als aan de andere kant van de glasvezelkabel de aangekruiste hetzelfde met jou doet, dan krijg je een mailtje met de gegevens van gezegd gekruisigde.  Je krijgt eveneens een mailtje met hoeveel mensen jou verkozen, en alsof deze beoordeling niet voldoende is, kan je haarfijn uitrekenen hoeveel van de door jou waardig bevondenen die mening niet beantwoordden.

In voorkomend geval kan zulks echter ook wel eens goed voor het zelfvertrouwen zijn, zoals die eerste keer waar maar liefst alle 7 van de aanwezige heren mij nog wat langer wilden leren kennen.  Ikzelf had slechts 1 kruisje gezet.  Dat kruisje eindigde een dag later in de Regel die ik daarna nooit meer gebroken heb, kwestie dat u het een beetje kan kaderen.

Maar die 6 andere heren, die waren dus wel degelijk geïnteresseerd, en eentje ervan, zo wist ik tegen het ontvangen van het rapport al, was wel degelijk zwaar teleurgesteld.  Vraag me zijn naam niet, ik kan het je onmogelijk nog vertellen (dat probleem met die namen, weet u wel) maar ik wil hem wel Bart noemen.  En ‘Bart’ was best een lieve jongen, interessant zelfs, creatief en zacht.  Hij had echter geweldig onverzorgde handen.  U stelt zich misschien rouwranden en ongeknipte nagels voor, maar het betasten van mijn papiertje liet een volledige vingerafdrukset na en al zijn nagels behalve die van rechterpink en ditto duim waren gescheurd.  De nagel van de duim (even vies als de andere) was tot op het vel afgebeten en de pink was de thuisbasis van een ogenschijnlijk zware infectie die een geurtje afgaf (ja-haa!).  Hij mocht nog zo sympathiek zijn, maar de aanblik op zijn handen maakte een kruis door het kruisje.  Echter, tijdens de ‘nabespreking’ die ik toen nog onderging, werd het al heel snel duidelijk dat ‘Bart’ niet alleen holderdebolder op mij was, maar daarenboven ook overtuigd was van het feit dat ik die gemoedsgesteldheid zou delen.

Toen de volgende dag de ‘Match’ met de Regelbreker een feit bleek te zijn, stond ik slechts kort even stil bij de andere kandidaten.  Mijn aandacht was horizontaal besproken en de gevoelens van de verticalen waren op dat moment iets minder prangend.

We zeggen en spreken de vooravond van een dag in de herfst.  We zeggen en spreken de vooravond van die herfst wiens winter iets met mijn afvoerbuizen zou doen.  We zeggen en spreken de vooravond van de herfst wiens afvoerbuizen tot De Verbouwingen zouden leiden.  De verbouwingen die een jaar later mijn leven even van veel te veel vers manvolk zou voorzien.  We zeggen en spreken de vooravond van de dag waarop ik naar Telenet overschakelde (met mijn welgemeende excuses voor het expliciete taalgebruik en/of de sluikreclame).  We zeggen en spreken de vooravond van de ochtend waarop ik mijn voordeur opentrok en daar ‘Bart’ zag staan.

Het was het moment waarop ik wou dat de wereld groter was.  Ik dacht dat ik met speeddaten niet fout kon gaan om onbekenden te ontmoeten.  Ik dacht dat ik met speed-internet niet fout kon doen om de wereld groter te maken.  Nooit gedacht dat degene die voor dat laatste kwam opdraven, net de avond ervoor tijdens het eerste was afgedropen.

Het was een raar moment.  Hij met zijn geraadschapskoffer en gebroken hart in zijn handen, ik met de huissleutel die hem de hele dag van toegang tot mijn inner sanctum zou voorzien zonder dat ik er zelf bij was.

Ik had geen tijd om iets liefs te zeggen of wat uitleg te geven.  Ik was al te laat voor een dag vol veel te veel werk.

Het leggen van de kabel bleek ook veel te veel werk.  Een ‘work in progress’, toch gedurende een dikke week.  Een week waarin ik ietwat teveel leefde en de 2 speeddatebroeders elkaar net niet tegen het lijf liepen.

De week dus, waarin ik ontdekte dat de wereld écht wel erg klein is.

De Regels

16 feb

Toen ik een jaar of 10 was, kleurde ik erg graag.  Het liefst van al had ik van die duidelijk afgelijnde tekeningen op niet-glad papier zodat mijn stiften niet zouden piepen.

Het was de voorzet van hoe ik mijn leven zou leiden: ik hou van het netjes inkleuren, zonder dat de handeling daartoe me irriteert. En ik heb het wel een beetje voor regeltjes.  Je zou me zelfs wel principieel kunnen noemen.

Zo sta ik NIET op gehandicaptenplaatsen en sluit ik niemand uit, zelfs de mensen niet die ik oprecht NIET leuk vind…  En zo heb ik voor deze blog zo ook mijn regeltjes.  Ik liet het al uitschijnen, maar u mag het gerust meer uitgesproken weten : alles wat op deze blog staat is écht gebeurd en maakte ik zélf mee.  Helaas.  Maar al zijn het stuk voor stuk mijn eigen verhalen, één van mijn regeltjes draait wel rond de herkenbaarheid.

Ik schrijf mijn tekstjes omdat ik MIJN verhaal wil delen, niet omdat ik stiekem met deze of gene wil afrekenen.  Ik zou het niet mogen dromen dat u bij het lezen van één van mijn verhaaltjes denkt “oh nee, ze heeft het over mijn broer” of erger nog “oh nee, dat is mijn LIEF”.  Ik ben er me immers terdege van bewust dat ik ook aanwezig was in de beschreven situatie en dat in combinatie met een andere dame, de opgevoerde heer mogelijks echt wel een meer welopgevoede man kan zijn.

Dus sleutel ik bij het vertellen wat aan de namen, regel de details wat bij en durf een situatie wel eens opsplitsen of samenvoegen.  Niet om u te beliegen, enkel uit respect voor de betrokken spelers.

Maar de essentie, de flagrante uitspraken, de bizarre samenlopen van omstandigheden… Ik vind ze (nogmaals helaas) niet uit.

Ook wat volgt is uit mijn leven gegrepen.

U kent ongetwijfeld The Rules Of Dating?!  Als u vrouwelijk bent en vragend fronste, rep u dan naar Amazon of de Fnac en schaf het u aan om ofwel opgelucht adem te halen ofwel in een hartelijke lachbui te belanden.  Als u man bent en meewarig fronste : blijven fronsen en vergeten dat ik iets zei.

Maar één van die rules betreft dus De Seks en De Date.  Ja, er bestaan daar regeltjes over, en ja, die volg ik dus.  Regel nummer 1: no seks on the first date.  Ik kan het u vertellen: slechts éénmaal brak ik deze regel en ik beklaag het me nog steeds want te vroeg kennis maken met de man zijn eikel staat voor mij sindsdien gelijk aan kennis maken met de man als eikel.  Met mijn welgemeende excuses voor het expliciete taalgebruik.

Maar terug naar de regels dus.  Een mens is verondersteld de eerste date met gekruiste benen door te brengen.  Aangezien ik één van die vrouwen ben aan wie het voorvermelde boekje na de eerste regel de slappe lach ontlokte, weet ik niet op welke date je precies naar de slaapkamer mag trekken en of je daar dan onmiddellijk op elke mogelijke manier aan diezelfde trekken mag komen.

Ik weet ook niet of er in De Regels iets staat over seks tijdens de regels.

Je kan er voor zijn, je kan er tegen zijn, het kan je koud laten, maar zolang het nageslacht en de menopauze uitblijven, is het een natuurlijk en regelmatig onderdeel van de menselijke seksuele routine.

Ik kan me iets voorstellen bij de drempelvrees die een man moet voelen bij het benaderen van een menstruerende vrouw: haar hormonen kunnen haar licht tot zwaar onvoorspelbaar maken alsook haar en haar borsten overgevoelig.  Als vrouw weet ik dat het een dubbeltje op zijn kant is: enerzijds is er dat dipmoment in het vrouw-zijn wanneer je je mooiste lingerie in de kast laat en in de weer moet gaan met zwaar geschut (om de vader van een vriendin van me te citeren: onderzeeërs en vliegdekschepen).

Anderzijds is er de nood om een warme hand op je (onder)buik te voelen, omarmd te worden, mooi gevonden te worden en soms ook om stevig genomen te worden.

Maar dat brengt ons tot de praktische kant van de zaak.  Ik vrees dat ik er (niet geheel ontoepasselijk) Roodkapje bij moet halen.  Is het de man die grootmoeders raad (“trek maar aan het touwtje en de deur gaat open”) opvolgt, of maakt de vrouw in de badkamer discreet de weg tot vrijen vrij?!

En dan is er nog de actie zelf.

Hoe groot ook de nood, hoe heerlijk ook het gevoel, hoe extatisch ook de bevrediging, nog groter kan de nagelaten indruk zijn nadien.  Het kan niet direct sexy genoemd worden, de sporen van het bloedbad op man, laken en aanverwanten na de daad.

Een beetje een voorzienige huisvrouw houdt kleenex en handdoeken, tampons en vanish in de aanslag.

Een beetje een voorzienige huisvrouw houdt die tampons zelfs in de aanslag als er géén bloedbad te verwachten is.

Want het is het ideale moment om deze kleine Isoldse volkswijsheid met de vrouwelijken onder u te delen: geen zin om na het vluggertje op het aanrecht een kwartier later onaangenaam verrast te worden met zijn ontsnappend kwakje, wetend dat u een minirokje aanhebt, de zelfophoudende kousen u niet zullen helpen en u in elke hand een plateau hebt om het net gearriveerde bezoek te bedienen?!  In dat geval: een tijdig opgeladen Tampax of OB kunnen uw leven veranderen!

U zult gemerkt hebben dat het mijn bedoeling was om subtiel van onderwerp te veranderen.  Er is immers niet zoveel méér over de regels van seks tijdens de regels te vertellen dan dat het op voorhand vaak een beter idee lijkt dan nadien.  Behalve dan misschien dat het ‘tijdens’ ab-so-luut de moeite van het ‘achteraf’ waard is, als u zich tot het ‘beginnen’ eraan bewogen voelde.

Ik weet het.  Een overmatig gebruik van regels kan een mens al eens het bloed onder de nagels vandaan peuteren.  Het kan de bedoeling niet zijn dat u er kregelig van wordt.  Tijd voor mij dus om dit onderwerp af te sluiten en u veel kleur in uw leven toe te wensen.  En een mooie tekening op niet-glad papier waarop het heerlijk is regelmatig eens buiten de lijntjes te kleuren.

Flair

13 feb

Voor de eerste job die ik ooit had, moest ik op een bepaald moment naar een galabedoening in Rotterdam.  Op het programma stond een galadiner, door te spoelen met een revue en af te sluiten door een streepje dans en een wolkje muziek.

Het was een gedoe zonder partners, wat mij -consequent copilootloos- niet slecht uitkwam en wat duidelijk door een aantal van de aanwezigen ook niet direct op geweeklaag werd onthaald.

Mijn werk had me in een chique hotel in het stadscentrum ondergebracht.  Net dicht genoeg bij de feestlocatie om me toe te laten op hooggehakte en fijngeriemde sandalen en op een rustig tempo de vooravond in te schrijden.

Ik had een prachtig kleed aan  En ja, dat zeg ik zelf.  Ik benoem het nog altijd als mijn ‘prinsessenkleed’. Het was lichtblauw, met een mooie vierkante halslijn die het resultaat van mijn prachtige onderliggende Aubade-balconet een etalage gaf, onder de borst getailleerd en tot op de grond vallend, achteraan zelfs iets langer dan vooraan. Het was een zwoele juni-avond en een omslagdoek was voldoende het avondbriesje aangenaam te houden.

Een glas champagne maakte de speech van de hartstikke langdradige CEO aangenamer, maar het alleraangenaamst was het uitzicht op de binnentuin en de mannen in smoking.  Ik pleeg die wel mooi te vinden, zeker als een subtiel bevestigde manchetknoop met stille stijl verschijnt wanneer een zorgvuldig gemanicuurde hand door het goed gestylde haar strijkt.

En ik had geluk, want de tafel waar ik mijn naamkaartje terugvond, bleek 6 smokings plaats te bieden en slechts 2 avondjurken.

Ik werd geflankeerd door Ruud en Tijmen, stevige dertigers (Ruud qua leeftijd en Tijmen qua omvang).  Tijmen had een vrouw en 2 kinderen en veel grappige verhalen, Ruud was pezig, single en intens, zeker zijn blik.

Ik had geweldig veel lol met beiden, en zeker met het contrast ertussen. Wat, letterlijk gezien, mezelf was 🙂 maar ik amuseer me dan doorgaans ook wel goed met mezelf.

Toen het diner (overvloedig begoten en smakelijk ruim bemeten) gepasseerd was, escorteerden de heren me met veel Hollandse flair richting theaterzaal voor de revue. Tijmen zat rechts van me, Ruud links.  Op het moment dat de lichten werden gedimd en het geroezemoes verstomde, boog Ruud zich naar Tijmen toe en zei “wanneer vertellen we haar wat we hebben besloten?!”. ‘Ze’ moest lachen, want de vraag werd zo’n 3 centimeter voor haar lippen gesteld.  Tijmen antwoordde: “ja, dat kunnen we toch enkel als we definitief besloten hebben wie welke kant pakt?” waarop Ruud (bloed(-)serieuzer dan nuchter) antwoordde: ‘jij mag haar kont, dan neem ik de rest wel’.

Ik was me ervan bewust dat onze Nederlandse medemensen een stuk directer communiceren dan ikzelf gewend ben, maar ik vroeg me met licht gefronste wenkbrauwen af of dit nu toch niet zwaar erover was toen Tijmen met een brede glimlach verkondigde: ‘je had je gezicht moeten zien’. Ik liet me niet kennen (“stoer  was de voertaal van de avond), lachte (lichtjes opgelucht) en pareerde “tja, wat een voorstel ook: ik had eerder een andere rolverdeling in gedachten – jij doet Ruud en ik kijk”.  Tijmen schaterlachte, Ruud zei niets en de voorstelling begon.

Na de Revue was het tijd voor muziek en daar zorgde een geweldig goede coverband met de naam Harry’s Herrie voor.  Ik ben nogal makkelijk richting dansvloer verleidbaar en het duurde niet lang of mijn sandaaltjes en het parket gaven het beste van zichzelf aan elkaar.  En Tijmen en Ruud probeerden dat ook.  Ruud was overgeschakeld op Bacardi Cola wat (wetend dat de wijsheid hem al tijdens het eten had verlaten) hem een stuk uitgesprokener maakte.  En waar Tijmen en ik het onderwerp van de rolverdelingen al lang achter ons hadden gelaten, had Ruud dat gelijk niet helemaal begrepen. Toen we de theaterzaal waren uitgewandeld, had hij zijn hand op mijn derrière gelegd en had in mijn oor gefluisterd: “straks pak ik jou hard” waarop ik me had omgedraaid en hem ernstig, beslist en kordaat had gemeld dat als er die avond iemand gepakt zou worden, ik het zeker ik niet zou zijn en dat ik die opmerkingen nu stilaan welletjes vond.  Tijmen, die dat ook had gehoord, zei goedmoedig “nee heb je, ja kan je krijgen” en stortte zich vervolgens op het dansen.

Maar Ruud dus niet.  Met een steeds wrokkiger wordende houding liet hij flesje na flesje cola staan en begon me te vragen waarom ik hem niet wou. Dacht ik misschien dat ik te goed voor hem was? Wie dacht ik wel dat ik was?! De opmerkingen werden grimmiger en de ervaring ook toen hij plots in het vrouwentoilet opdook en tegen alle deuren begon te roepen dat ik een slet was.  En hij stopte niet bij dat woord. Het is iets om te onthouden: het niet deelnemen aan een trio is tegenwoordig de definitie van ‘del’.

Harry maakte ondertussen geen herrie meer en de zaal begon leeg te lopen. Tijmen was met één van zijn (vrouwelijke) collega’s verdwenen maar Ruud hing aan de ingang rond.  Hij had me verteld dat hij met me mee zou gaan, dat dat zijn ‘recht’ was (hoewel hij op dat punt niet meer recht kon staan, laat staan lopen).

Het was het punt waarop ik bang van hem begon te worden en aan een aantal van de aanwezigen vroeg me tot mijn hotel te vergezellen.  Ruud strompelde ons achterna achter, niet langer schunnigheden roepend maar nu onverstaanbaar tegen zichzelf fulminerend.

Ik deed die nacht de deur op dubbel slot en wrikte een stoel onder de klink.

Toen ik de volgende ochtend frisgewassen en zomers gehuld de lobby uit liep, zat daar nog steeds op een bankje voor het hotel, vergezeld van wat plasjes kots (en er net een nieuwe aan het produceren) Ruud.  Hij zag me niet en dat heb ik zo gehouden.

Hij voelde zich duidelijk rot, zo met het hek van de kotsdam. Ik kon geen medelijden opbrengen en was blij hem en zijn bedside manner achter me te kunnen laten.

 

Een paar weken later was er opnieuw een gala-evenement waarop ik mijn werk moest vertegenwoordigen.  Ditmaal in Brugge, in kasteel Tudor.  Ik droeg opnieuw mijn prinsessenkleed en vond mezelf opnieuw aan een tafel met 6 smokings en een ander avondkleed.  De sfeer zat er goed in en de heren die me die avond flankeerden (Bart en Tom) waren stevige dertigers (Bart qua leeftijd en Tom qua omvang).  Tom had een vrouw en 2 kinderen en veel grappige verhalen, Bart was pezig, single en intens, zeker zijn blik.

Toen na het tafelen een ludiek intermezzo volgde, escorteerden de heren me vrij Vlaams (en dus zonder flair) richting de Grote Hall voor een ludiek intermezzo. Tom stond rechts van me, Bart links.  Op het moment dat de lichten werden gedimd en het geroezemoes verstomde, boog Bart zich naar Tom toe en zei “wanneer vertellen we haar wat we hebben besloten?!”. ‘Ze’ kreeg een déjà vu gevoel en kon niet echt lachen, want de vraag werd zo’n 3 centimeter voor haar lippen gesteld.  Tom antwoordde: “er is geen beter moment dan ‘nu’” waarop Bart (bloed(-)serieuzer dan nuchter) me meedeelde: “Tom zal maken dat je nooit dorst krijgt als ik maar met je mag dansen’.

 

Toen ik die avond overwoog om naar huis te gaan belde Tom net naar zijn vrouw en complimenteerde Bart hoffelijk mijn danspasjes.

Ik wandelde die avond naar mijn auto, denkend aan Tom en Tijmen, Ruud en Bart.  En aan hoe flagrante flair niet steeds een stralende persoonlijke interactie tot gevolg heeft.

 

Lego

16 jan

“Grote mensen zijn gewoon kinderen die met duurder speelgoed spelen” las ik eens in een boekje.  Ik ben het daarmee eens.  Meer nog, ik denk dat ieder van ons nog altijd graag de spelletjes speelt die hij als kind interessant vond, alleen zijn ze nu niet meer van  Playmobil, Fischer Price of MB, maar wel van GM of IBM of Nike.

Ik was als kind het gekst op puzzels, Lego en Barbie.  En verbeelding.   En in weze is er niets veranderd : nu hou ik van inpakken voor een vakantie, Ikea en relaties.  En ook nu nog is mijn favoriete bezigheid me overgeven aan mijn verbeelding.

En waar ik als kind met Lego meubels maakte voor mijn Barbie-familie en me verbeeldde dat de speelkamer een ruimteschip en ik een toverfee was, gebruik ik nu een Ikea dassenlade om mijn vijzen en pluggen in te sorteren en verbeeld ik me dat mijn keuken een kasteel is en ik een prinses.

Want is de ideale vrouw niet een prinses in de keuken en een dame in de living ?  En een hoer in bed. Ja, dat blijkbaar ook.

En in dat bed hoort er ook gespeeld te worden.  Grote mensen zijn gewoon kinderen die met duurder speelgoed spelen.  En al is een goede bedpartner inderdaad onbetaalbaar, soms willen die grote mensen ook met écht speelgoed spelen.  Naargelang merk, makelij en batterijverbruik soms ook echt wel duur.

Laat ik even met u delen dat ik in weze niets tegen speelgoed heb.  Ik zou liegen moest ik zeggen dat ik nooit aan een upperdare party deelnam of iets trillends ter hand nam.  Een mens moet weten wat er in het leven te koop is, ook als single.  Wat zeg ik, als het op speelgoed aankomt, zéker als single.

Maar ik zou ook liegen moest ik zeggen dat speeltjes te prefereren zijn boven een partner van vlees en bloed.  De ‘vlecht je vingers door de mijne’-stand vond ik op nog geen enkele vibrator terug.  Een gat in de markt voor de makers zou ik zo zeggen !

Maar wat met al dat speelgoed als het gebed verhoord is en het bed gedeeld wordt ?!  De kringloopwinkel aanvaardt ze vooralsnog niet voor zover ik weet.

In mijn bescheiden mening heb je in het begin van een relatie (vaak letterlijk) de handen vol aan het ontdekken van elkaars lijf en leden, van wat prettig en wenselijk, op de grens of net erover is.  Je bakent in de weidsheid van de prairie een lapje grond af waar het met 2 veilig vertoeven is.  Waar geen Mol hoeft te graven, geen Tarzan heen dient te lianen of zelfs geen Rabbit hoeft te huppelen.

Maar eens dat stukje land wordt aangelegd, een moestuintje van inside jokes een oogst van lekkere lust produceert, je het land op je duimpje kent en weet welke vrucht sappig en rijp geproefd kan worden en wel onkruid maar moeilijk gewied raakt, dan kan een extra bezoeker misschien wat (l/b)even in de brouwerij brengen.
En zo komt soms toch eens een trillende Kolibri tussen de lakens en een koppel terecht.  De zoektocht naar wat er buiten het afgebakende stukje land beschikbaar is, kan leuk zijn met 2.  De uitkomst kan een boeiend resultaat geven, kan de zweep op het trage boerenpaard van de sleurende relatie leggen of kan een blind vertrouwen in de ander oproepen.

Dat kan.

Wat echter ook kan, dat is dat je voor de derde keer met iemand het bed deelt, en tijdens een door nog-niet-aan-elkaar-gewend-zijn matige vrijpartij plots zonder enige aanleiding of verbaal voorgaande plots iets koud tussen je borsten voelt.

Het kan dat je dan ietwat verbaasd naar beneden kijkt en een hoopje metaal ziet liggen.

Het kan dat daar geen sieraad ligt.

Het kan dat daar een hoopje tepelklemmen ligt.

Het kan dat het heerschap in kwestie -je verbouwereerdheid negerend- je toefluistert ‘ik dacht dat je dat wel leuk zou vinden’ zonder dat je ooit iets in die richting indiceerde.

Het kan dat hij na het (niet echt bevredigend) beëindigen van die gezegde vrijpartij zijn ‘speelgoedkoffer’ toont.

Het kan dat die vol zit met latex pakjes van zijn vorige vriendin.

Het kan dat hij vervolgens vraagt dat je die zou aantrekken.

Het kan zijn dat je je dan als een hoer behandeld voelt.

Eigenlijk, vind ik, kàn dat niet.
Eigenlijk, vind ik, kan dàt de bedoeling niet zijn.

Willy or Won’t he

27 dec

“Jij bent waarschijnlijk gewoon te veeleisend” is één van de uitspraken die de gemiddelde huis-, tuin- en keukensingle veel te vaak als antwoord krijgt op de (retorische) vraag “waarom ben ik nu toch nog alleen ?!”.

Het is een antwoord dat bij mij altijd een dubbele reactie ontlokt.  Enerzijds kan ik goedmoedig, edoch doorspekt met een vleugje pinnigheid, niet nalaten die redenering even door te trekken : als singles té veeleisend zijn, betekent dat dan niet dat al wie geen single meer is, NIET veeleisend was? En is dat dan iets om vol trots te verkondigen (zeker als je partner in de buurt is)?!

De tweede reactie is dat ik me daadwerkelijk begin af te vragen of de spreker geen gelijk heeft en dat ik misschien de lat wat naar beneden moet halen.  Het was op zo’n moment dat Willy me uit eten vroeg.  En ik ja zei.

Willy werd bij de douane en door zijn moeder aangesproken als Wilfried en, zo moet u weten, ziet er niet uit zoals hij klinkt.  U zou hem zich mogelijks voorstellen met een dikke ouderwetse bril, overgekamd haar, een doorzichtig fout hemdje en witte sokken in veterschoenen met rubberen zolen.  Niets daarvan.  Willy was op zich eigenlijk echt niet onaantrekkelijk, al probeerde hij dat bijzonder goed te verstoppen toen we elkaar oorspronkelijk ontmoetten.

De eerste tot en met 100e indruk die Willy naliet was er één van springerige onschuld.  Niet direct wat je zou verwachten van een derdejaarsstudent aan de universiteit.  Hij droeg (door zijn mama handgebreide) pulls, liefst met een naar paarden verwijzend motief, gedroeg zich als een dertienjarige in de buurt van meisjes en praatte enkel over jumping.  Ik moet bekennen dat we in die tijd eerder lacherig over Willy praatten en hem niet tot de beschikbare mannen rekenden.  Hij was zo overduidelijk nog nooit in de buurt van een vrouw geweest dat we (mijn vriendinnen en ik) ons veel te werelds voelden om daar verandering in te brengen.  Ja, we werkten wel samen met hem voor de practica, en ja we kenden hem van zijn studentenjob in een platenzaak, maar we zagen hem niet voor vol aan.

Het hielp niet dat de versierpoging die hij ten aanzien van mijn vriendin ondernam als voorbeeld van klungeligheid werd rondverteld in ons jaar.  Mijn vriendin is een hele mooie meid.  En was dat toen ook al.  Ze was het soort vrouw dat zelfzekere mannen naar adem deed happen en waarvan de meeste leeftijdgenoten dachten dat ze way out of their league was.  Maar Willy stapte op een onbewaakt moment op haar toe en zei : ‘ik heb er eens over nagedacht en ik heb besloten dat jij wel mijn lief mag worden’.  Vervolgens drukte hij haar een kaart voor de Kerstjumping in de handen en vertelde haar dat ze daar ineens ook zijn ouders kon ontmoeten.

Het werd een eenzame Kerst voor Willy en voor zover ik weet bleef dat voor de rest van zijn studies onveranderd.

Vijf jaar later was ik weer eens op een opleiding (alwaar je de spannendste mensen ontmoet) en wie ontmoet ik daar – Willy.  De 100 en eerste indruk die Willy maakte was dat hij ontmaagd was.  Dat klinkt een beetje cru, maar de jongen met de passie voor paarden was een man geworden met een passie voor berijden.  Ik zag het aan zijn houding, zijn blik, zijn zelfbewustzijn.  Willy had zijn willy ontdekt.

We voerden het soort gesprek dat 2 mannen niet met elkaar hebben en 2 vrouwen al evenmin.  Ik langs mijn kant voerde het omdat ik geïntrigeerd was in de transformatie : seks had Willy sexy gemaakt.  En al zag hij er nog identiek hetzelfde uit (behalve de kwaliteit van outfit) als een half decennium eerder, pas nu zag ik dat hij eigenlijk knap was.  Waarom hij langs zijn kant het gesprek voerde – tja.  In dat lustrum had hij lust ontdekt denk ik.

Hij hield stevig oogcontact, kwam dichter dan nodig was, en vroeg mijn nummer op de valreep van de pauze.

Ik was nauwelijks op de trein naar huis gestapt of de telefoon rinkelde al.  Had ik geen zin om als disgenoot van Willy te fungeren, preferabel vanavond nog.

Ik vond dat stiekem een beetje jammer…  Als je room bij de vleesjus doet, moet je dat ook even laten doorkoken.  Als je interesse in een vrouw zaait, mag je dat wat laten doorsijpelen.  Echt.  Het is geen slechte zaak haar tijd te laten zodat ze lachend naar een vriendin kan bellen met de befaamde opener “Moejenunekeerwaweten ?!”.  Dat lachen richting samenzweerderig enthousiasme laten evolueren, haar vervolgens laten tintelen door een kort maar spits teken van leven ongeveer een half uur nadat ze gedacht had dat een happige kerel ten laatste zou toegeslaan hebben.  Dat mag.  Dat is zelfs goed.  Meer nog, dat is zelfs top.

Bij gebreke aan die wenselijke stappen in het datingproces ontmoette zijn uitnodiging wat aarzeling in mij.  Ik hoopte dat het wat naar de toekomst verschuiven van de date die aarzeling naar het verleden zou verwijzen.  We spraken af op zaterdag, 3 dagen na de opleiding.

Je ‘opmaken’ voor zo’n date vind ik altijd iets raars.  Je bent jezelf, hebt je eigen stijl, maar tegelijk wil je graag een goede indruk maken, en die hangt af van de smaak en stijl van de toeschouwer.  En al zou ik nooit zover gaan om mijn geliefde hoge hakken in de kast te laten voor een date als ik vermoed dat hij liever basketjes ziet, er zijn dingen die zo nauw niet steken.  Zo lak ik een keer of 6 per jaar mijn nagels.  Ik kan dat perfect meer doen voor de liefhebber, en perfect laten voor wie daar lak aan heeft.  Zo simpel is dat.

Die zaterdag was toevallig de dag na de tweemaandelijkse kleuring van mijn klauwtjes.  Willy had nog geen goeiedag gezegd toen hij me daarover op de vingers tikte.  Nagellak, tatoeages in het gezicht en piercings in de geslachtsorganen behoorden tot dezelfde uiting van marginaliteit voor zover het hem betrof.  Qua openingszin kan zoiets wel tellen.  Het beïnvloedde alleszins de zin tot opening.  Van mijn voordeur, van mijn hart, van mijn lichaam.  Mensen die anderen in hokjes steken, blinken vaak niet uit in ruimdenkendheid.  En laat nu die eigenschap toch wel zeker heel belangrijk voor me zijn ?!

Maar, u hoorde het mij al eerder vermelden, ik vind dat mensen kansen verdienen en dus trok ik toch met hem op pad.

Het standpunt rond piercings wat niet het enige dat Willy indringend innam.  Ook zijn mening over partners was kleurrijk (maar klonk lichtelijk pijnlijk).  Een echtgenote behoorde volgens Willy vooral volgzaam te zijn.  Hij had er net een relatie van 2 jaar opzitten met een meisje die inschikkelijkheid tot een Olympische discipline had verheven maar hij had de relatie verbroken toen ze geweigerd had op een zondagmiddag mee te gaan naar zijn ouders.

Met zijn ouders had Willy ook een bijzondere band : als ze iets zeiden dat hem niet aanstond dan sprak hij gewoon niet meer tegen hen.  Zijn record was 37 dagen stilte geweest.  Hierbij telde hij enkel de dagen waarop hij zijn ouders ook daadwerkelijk had gezien.  Anders (dixit Willy) zou het wel gemakkelijk zijn geweest.  De fameuze geweigerde zondag viel trouwens op dag 35 van dat stomme tijdperk.

Willy toonde zich 2 uur lang van zijn zeer categorieke en onverbiddelijke kant.  Wetend dat mijn eigen sterkte (mensen kansen geven en redelijkheid zien voor ik onredelijkheid moet besluiten) tevens ook mijn eigen zwakte is, wist ik dat de combinatie van die Willy en mijn wil niet echt een aanrader was…

Voor mij moest er geen tweede date komen.  Maar net die tweede date, dat wou Willy wel.  Hij zocht me nog geen 3 dagen later op bij me thuis met de vraag of ik niet mee wou naar een concert van U2.  Hij had kaarten voor het middenplein en wou er één van in mijn hand drukken.

Ik zat in een fase waarin ik dacht “liegen is onrespectvol” dus ik vertelde hem de waarheid : dat hij mijn prins niet was en dat ik hem dus niet zou vergezellen naar het (Sport)paleis.  Misschien had ik hem beter wijsgemaakt dat het niet aan hem lag en ik er gewoon niet klaar voor was.  Misschien.

Hoedanook, Willy werd razend en verdween schier schuimbekkend huiswaarts.

De volgende ochtend schreeuwde een mail om mijn aandacht.  Superlatieven verdrongen scheldwoorden, vervloekt werd mijn gezondheid en mijn nageslacht.  De mail besloot met de belofte dat hij me nog wel zou krijgen.

Nu opnieuw een Kerst zijn naalden verloor, vraag ik me Willy-gewijs opnieuw af:

Will he or won’t he…

Deposito-bank

30 nov

Ik moet het bekennen : ik snap de logica van zetels niet.

Het lijkt wel dat hoe duurder het exemplaar is, hoe onpraktischer het onderhoud ervan. Dan schaf je je zo’n prachtig design model aan, nodig je je meest gemanierde vrienden uit om ze uitgebreid te bewonderen, serveert een schattig zongedroogd tomaatje voor bij de obligatoire champagne en pets… De lompe wederhelft laat toch wel geen klodder tomaat-in-de-olie (plots niet meer zo zonnig en nog minder droog) op uw Canapé belanden ?!

Vanaf dat ogenblik heb je dus design met dretsresten. Want voorzichtig gedep, wanhopig geschrob, experimentele producten allerhande… Geen kruid is tegen het toekomstig doorn in uw oog gewassen.
Anders is het met de Ikea zetel die een tiende van de prijs kost, met 9 hoezen wordt geleverd, z8cht onder de billen plooit, 7 levens meegaat, in 6 kleine stukken geleverd wordt en op 5(0) minuutjes in elkaar gezet is, alle 4ingen voor u ondersteunt en meestal plaats biedt voor 3, minimum 2 ingezetenen. Het is wel duidelijk : voor mij staan Ikeazetels op nummer…

Juist ja, want ik vind dat zetels dienen om in geleefd te worden.
Ik wil me er gezellig in kunnen nestelen met een kop thee en veel teveel chocolade en dat ook allemaal kunnen morsen zonder dat de eerstejaarstudenten archeologie in 1 oogopslag de historiek van mijn
binge buien in kaart kunnen brengen.

En ik wil kunnen vrijen in een zetel. Ik vraag het u : welk nut heeft een zacht oppervlak in een aangename omgeving, dicht in de buurt van kaarsen en kachel, keuken en tafel, stereo en tv als al die sfeer tot niets mag leiden enkel en alleen uit angst voor vlekken.

Want mijn excuses voor de teerhartigen onder u : sperma maakt bijzonder ambetante vlekken die je zonder de hulp van een wasmachine zelden uit textiel krijgt. Het is het enige waar je op internet geen tips over vindt : hoe verwijder je spermavlekken uit een zetel. En ik kan het weten, want ik zocht ernaar. En al vond ik geen afdoend antwoord, ik kwam wel wat interessante porno tegen.

Maar ik geraak afgeleid. Door die porno toen overigens ook, maar dit terzijde.

Dat ik niet de enige ben die moest ontdekken hoe voorvochtvasthoudend zeteltextiel wel is, werd duidelijk toen ik met een vriend van me, Georg, ging winkelen en hij wanhopig op zoek was naar een plaid die voldoende groot was om de hele (gigantische) zetel in zijn living te bedekken.

Ik ken Georg van op een opleiding. Hij kwam een uiteenzetting geven over de ethische en juridische gevolgen van spermadonaties voor wetenschappelijke doeleinden. Zelf voegde hij regelmatig de daad bij het woord en deed een duit in (of eigenlijk eerder ‘uit’) het zakje bij de spermabank. Ik vond hem een boeiende spreker op een anders bijzonder saaie studiedag en was met hem aan de praat geraakt waarna zich een luchtige vriendschap ontwikkelde.

En zo waren we op een warme zomerdag samen gaan shoppen en zocht hij dus tijdens het minst daarvoor geschikte seizoen naar een plaid.

Hij biechtte op dat hij en zijn nieuwe vriend erg tuk op die hoekzetel waren en zelden nog ergens anders aan vrijen toekwamen. Met als gevolg – u kan er zich misschien iets bij voorstellen met 2 mannen – nogal wat verdachte vochtringen op de donkerblauwe bekleding van de designbank waar hij nog geen jaar eerder 7000 Euro armer van was geworden.

Toen ik thuis kwam was ik even extra in mijn nopjes met mijn Ikea exemplaar en zijn afneembare hoezen.

Vorige week belde Georg me op. Het was al een heel eind geleden dat we elkaar hadden gehoord. Hij en zijn vriend gingen officieel samenwonen, vertelde hij, en ze hadden besloten om het dilemma van de dubbele meubels op te lossen door alles weg te doen en samen nieuwe spullen te kopen.

En ze dachten onmiddellijk aan mij (als u eerdere schrijfsels van me las weet u al dat het nooit een goed teken is als iemand die woorden uitspreekt…). Wetend dat ik maar wat goedkope Ikea meubels staan had wilden ze me de kans geven om tegen een vriendenprijsje (2000 euro) een echte donkerblauwe designzetel op de kop te tikken.

Georg was duidelijk vergeten dat hij me het sappige verhaal van de sekszetel ooit vertelde. Ik zag het nut er niet van in hem eraan te herinneren. Hij vond mijn desinteresse dan ook een beetje stank voor dank.

Maar zo heb ik mijn bezoek tenminste wel gespaard van de spermabank.

Een vrouw met ballen

26 okt

Een vriendin van me, Maggie, loopt al een decennium langer rond dan mij en is een echte feelgood persoon. Ze vrolijkt de wereld rondom haar op waar ze ook komt, maar vergeet daarbij die van haarzelf niet. En als ze dus iets ontdekt dat het genot verhoogt, geeft ze de tip (gelukkig) altijd aan haar vriendinnen door.

Tijdens één van onze etentjes liet ze zich ontvallen dat ze iets fantastisch had ontdekt – ze was op een Upperdare party oog in oog komen staan met het concept van de Chinese Balletjes. En sinds ze die had aangeschaft was haar leven stukken vrolijker geworden ! Ze droeg de balletjes bijna constant. Het was begonnen met eens naar de bakker gaan als ze ze inhad, maar ze had snel haar terrein verlegd naar grotere evenementen zoals het dragen tijdens het poetsen en zelfs gaan shoppen met haar favoriete Chineesjes in haar. Dat laatste was zo fantastisch goed verlopen dat ze ei zo na klaargekomen was bij de kassa van de H&M. En zeg nu zelf, bestaat er voor een vrouw iets beters dan orgastisch shoppen (behalve dan onbeperkt chocolade eten zonder verdikken) ?

Dus natuurlijk was mijn nieuwsgierigheid geprikkeld. Het was even wennen, zo’n constante licht aanwezige herinnering aan de mogelijkheid van andere aanwezigheden, maar het had wel iets. Ik voelde me met een heimelijk soort plezier extra vrouwelijk. Uiteraard testte ik mijn eigen tweelingetje in verschillende situaties uit (met evenwel iets minder instant orgastisch resultaat – maar kom, oefening baart kunst).

Dus na menig avondje uit mét mijn binnenpretje was ik er klaar voor om zelf wat te experimenteren. Ik bedacht dat het bewegende metaal in de balletjes mogelijks aangestuurd kon worden door de pulserende bastonen op een fuif en net toevallig die avond werd ik verwacht op een fuif waar ik me heel erg vrouwelijk wou voelen.
John zou er immers misschien aanwezig zijn en aangezien het één van de laatste keren was dat we elkaar zouden zien voor hij het ruime sop zou oversteken, was ik van plan alle registers van mijn sensualiteit open te trekken.

Ik ken John al van toen hij nog Johannes heette en in België woonde. We zagen elkaar voor het eerst in de eerste les van de eerste week van de eerste kandidatuur die we gezamenlijk volgden en het was het begin van een opmerkelijk verhaal. Blijkbaar waren we in die periode smoorverliefd op elkaar, maar durfde geen van beiden het risico nemen om dat te bekennen. En zo verloren we eerst de moed, dan de verliefdheid en uiteindelijk elkaar uit het oog. Vijf jaar later stond ik in de Makro skimutsen te grabbelen voor een vriendin die in het pashokje zat en wie grabbelt er naar dezelfde donkerblauwe ?! Juist ja, Johannes.

We hadden als beschaving ondertussen net het tijdperk van de GSM betreden, dus 075 nummertjes (waar is de tijd van voor de “4” ?!) werden uitgewisseld en een tijdje later kreeg ik een smsje, gevolgd door een mail, gevolgd door een uitnodiging voor een etentje, gevolgd door een uitnodiging voor een slaapmutsje, gevolgd door een ontbijt.

Het was een gemengde ervaring. Soms is het beter waar je jaren over fantaseert niet uit te voeren want al is de realiteit heerlijk, soms kan ze de verbeelding toch niet tarten.

Het ontbijt werd niet gevolgd door betovering of verovering en dus viel de communicatie stil. Voor weer een jaar of 3. Johannes belde per ongeluk de verkeerde Isolde (Isolde T ipv Isolde V) en toen ik op zijn eerste vraag “en, ondertussen al getrouwd en kindjes ?” negatief antwoordde, en spontaan opperde dat het in tegendeel net uit was met mijn lief, bracht dat een nieuwe golf van sms-verkeer op gang.

Het is gek, maar het was alsof de jaren tussen dat ogenblik en die eerste universitaire ontmoeting waren weggevallen en opnieuw was er die tinteling van anticipatie.

Toen we die keer in bed belandden na het gebruikelijke voorspel van etentje, feestje, in een donkere auto elkaar schijnbaar onopgemerkt aanraken en plagend ophitsen, was het opnieuw tintelen. De jaren en het bevrijd zijn van de door jeugdige fantasie opgeroepen verwachtingen hadden ons aan elkaar overgeleverd op een manier die ik meermaals wou herbeleven.

Het zou een (X-rated) sprookje geweest kunnen zijn ware het niet dat Johannes enkele maanden later naar de US of A emigreerde en zich daar John zou gaan noemen.

Maar in die zomer van 2005 overheerste zijn lichaam (en mijn verlangen ernaar) mijn dagen en nachten.
Hij had veel voor te bereiden voor hij kon verhuizen, moest een examen afleggen en wou op geen enkele manier een commitment aangaan dus was het altijd raden naar wanneer en waar we elkaar zagen.
Maar die avond zou hij dus misschien naar Poplife in de Vooruit komen, en ik zou klaar zijn voor hem.
Ik trok een sexy minirokje aan, een topje dat hem voedsel voor gedachten en weinig werk zou geven en sexy naaldhakken. Een kanten minimalistisch opgevatte BH en bijpassende string maakten het geheel af. Mijn Aziatische vriendjes en ik zagen het helemaal zitten.

De Vooruit was volledig gevuld en mijn vrouwelijke uitstraling werd door meerdere mannen opgemerkt – helaas door het soort waar ik in andere schrijfsels al over verhaalde. John bleek nergens te bekennen. Voor de teleurstelling me echter in zijn ban kon krijgen besloot ik het beste te maken van de goeie muziek, het aanwezige publiek en mijn innerlijke drummertjes. Want wat ik over de muziek en het trillen van die balletjes had gedacht, bleek waar. Ik leverde me helemaal over aan de beat tot een vreemde sensatie me plots weer helemaal met mijn twee voeten op de grond bracht.

Mijn verstekelingen waren aan een ontsnapping begonnen en mijn (duidelijk onvoldoende getrainde) bekkenbodemspieren bleken machteloos !

Wetend hoe zuinig de ontwerpers van mijn lingerie met stof geweest waren bij het ineenzetten van mijn sexy string vroeg ik me vertwijfeld af hoe ik mezelf en mijn speeltje kon redden zonder dat half Gent er getuige van zou zijn en met de moed der wanhoop begon ik de tocht van de dansvloer naar het damestoilet. Voor het eerst in mijn leven was ik blij met het beetje vet aan de bovenkant van mijn dijen die me toeliet met zo gesloten mogelijke benen vooruit te komen.

Mijn vreugde duurde niet lang. 30 wachtende dames voor me testten mijn geduld, spierspanning en uithoudingsvermogen. Eén van de balletjes balanceerde ondertussen al op het randje van wat ik op dat ogenblik zo graag “oma-onderbroek” had kunnen noemen. Ik probeerde met een gehaast “ik heb een dringend vrouwelijk probleempje” nog voor te steken maar daar liet niemand zich door vermurwen. Ik heb het toilet gelukkig nog net gehaald, maar mijn gevoel van vrouwelijkheid was met mijn seksspeeltje naar buiten geglipt.
John is niet meer komen opdagen die avond – ik heb hem zelfs nooit meer teruggezien.

Ik had voor die avond bij een vallende ster gewenst dat die achteraf in mijn geheugen zou blijven hangen als “beheerst door een indringende aanwezigheid in mijn lichaam, de sensatie van beweging en een einde dat plakkerig in toiletpapier belandde”.

En zo zie je maar dat je bij het formuleren van wensen op de details moet letten.
Wie had immers gedacht dat het weglaten van de vereiste dat een man voor het vervullen van dat alles zou instaan, zo’n ander resultaat zou opleveren…