Archief | Uncategorized RSS feed for this section

’t Is maar een gedacht

10 apr

Veel mensen hebben een bepaalde uitspraak of frase waar ze zich wat aan ergeren. Er zijn er die ‘kids’ de gruwel vinden, “ik heb zoiets van” lokte een koude rilling bij mijn oud-collega uit, en ik heb een allergie aan het begrip ‘opiniepers’.

 

Ooit, in een ver verleden, was ik een naïef meisje dat rechten ging studeren. Ik deed dat omdat mijn ouders gezegd hadden dat me dat een brede waaier aan keuzes zou opleveren in mijn toekomst én ook (al gebiedt eerlijkheid me te bekennen dat de hier gebruikte volgorde de waarheidsgetrouwe is) omdat ik geloofde in het idee van de Rechtsstaat. Ik voelde een bepaald eergevoel toen ik leerde over de scheiding der machten, over het feit dat zowel de Wetgevende, Uitvoerende en Rechterlijke Macht onpartijdig dienden te zijn. Ik stond achter het obligatoire miereneukerig gedrag van de jurist als het om formuleringen ging. Je maakt geen wetten voor 3 mensen. Wetten dienen er te zijn ter ondersteuning van het algemeen belang en met een zo groot mogelijke duidelijkheid zodat willekeur uitgesloten is.

 

‘Persvrijheid’, net zoals ‘vakbonden’ overigens, waren begrippen die ik in mijn naïviteit enkel zag binnen hun historisch gegroeide noodzaak. Er waren voor beide mensen gestorven. Ze behoorden tot ons grootste goed. Ik was zover nog niet om te zien dat het boven de wet plaatsen van fel bevochten bastions nog altijd gewoon ‘boven de wet plaatsen’ inhoudt.

 

Dat de Vrijheid van Meningsuiting één van de pijlers van het totale begrip ‘vrijheid’ is, daar moet niemand me van komen te overtuigen. We hebben stemmen nodig die wakker durven schudden, die waarheden durven te ontbloten, die schor maar standvastig herhalen wat niet vergeten mag worden.

 

In die periode, toen ik met grote ogen vol verwondering over het leven en de wereld leerde, was het dat het me daagde dat we geen 3 Machten hadden. Een vierde macht, naar mijn aanvoelen goed gevoed door Voldemort (of noemen we hem gewoon Dutroux?) en de schokgolf die zijn daden teweeg brachten, had zich krachtig naast de andere, gereguleerde en gescheiden machten, gevestigd.

 

Ja, informatie was en is nodig. En toch huiverde ik toen ik de eerste keer in een artikel de trotse melding las van een hoofdredacteur van een krant dat de Vlaamse Pers zichzelf de titel ‘Opiniepers’ mocht aanmeten.

 

Ik huiverde omdat ik tot op dat moment had gedacht dat het feit dat het onpartijdige van die 3 pilaren der rechtszekerheid net op fact-checking, onderzoek, voorzichtigheid en context gestoeld was, ons behoedde voor mistoestanden. En daar verkondigt de machtigste, niet gereguleerde macht plots dat ze daar niet meer aan meedoen. Een mening hoeft niet gehinderd te zijn door (voor)kennis of waarheidsgetrouwheid, en zowel zwart-wit als gekleurd is het een goed verkoopbaar goedje.   Wat me angstig maakte was dat de mensen die krediet hadden opgebouwd door hun beroep en het feit dat ze tot daarvoor steeds gehamerd hadden op deontologie en op onderbouwde theorieën net die mensen waren die nu zonder weerga en met verve hun eigen opinie als de gospel begonnen opvoeren.

 

In die tijd, toen ik dacht dat houthakkershemden en wijde t-shirts zeer vrouwelijk waren, werd het zaadje gezaaid van wat me vandaag iedere dag ergert en bang maakt: het ongebreidelde van De Mening.

 

Fast forward 20 jaar hebben we Trump en Facebook. Over de eerste en fact checking moet ik niets meer zeggen, denk ik. Op facebook lees ik alleen maar meningen. Ongevraagd en vlijmscherp. Op de meest onschuldige moedergroepjes worden andere gezinnen zonder scrupules gefileerd op basis van het observeren van 1 tafereeltje. Je kan geen online krantenartikel lezen (zeker als het over allochtonen of tv-programma’s gaat) of 1000en mensen spuien hun ongezouten gal.

 

Context, inlevingsvermogen, zelfs ook maar matigheid lijkt een schaars goed geworden.

 

Er is geen onderwerp of er is wel iemand in je omgeving die De Enige Waarheid kent en je ervan probeert te overtuigen.

 

Als er nu 1 waarheid is die ik voor mezelf steeds heb aangehouden heb, is het wel dat we allemaal maar absoluut gelijk zijn in 1 iets: in het feit dat we allemaal uniek zijn. Ik ken niemand die in élk kledingsstuk past. Maar toch is er die groeiende nood tot totaaloplossingen. Het gaat van iedereen die hoogsensitief zou moeten zijn over 1 soort voedingsleer die al onze problemen zou oplossen, 1 manier van bevallen die een goed geaard kind kan opleveren, 1 opvoedingsmethode die voor iedereen moet slagen, 1 soort gezinsvorm, onderwijs, staatsstructuur, levensbeschouwelijkheid, …

Ik wil echt niet klinken als Kabouter Lui, maar… ik word daar zo moe van.

 

Een opinie, dat is een vonnis zonder proces.   Het gedachtengoed waar onze pers 2 decennia geleden zo trots naar evolueerde is het Fijn Stof van het sociale aspect van onze maatschappij geworden. Je krijgt er ademnood van, het kruipt in je poriën, het verziekt zonder dat je het ziet.

 

En ja. Ik heb net een kleine 800 woorden gewijd aan mijn mening over De Mening. Ik vertel mezelf dat dit een beschouwende tekst is die niemand viseert en net tot nadenken wil stemmen. Maar ik heb wel concrete situaties in mijn hoofd als ik dit schrijf en ik oordeel over die situaties en dat oordeel doet me fulmineren. Ik ben wat ik schrijf.

 

Ik hoop dat het daarbij ophoudt, dat ik mezelf voldoende kan herinneren aan neutraliteit en context, aan hoe dingen vaak niet zijn wat ze lijken en dat to assume écht wel hetzelfde is als ‘to make an “ass” out of “(you)u” and “me”’. Dat gewoon vragen wat iemand bedoelt nog altijd een mogelijkheid is die openligt, voor ik in de verkneukelende anonimiteit van de gesloten groepjes opgesmukt neerbuigend mijn nietsvermoedende medemens fileer.

 

Of hoe schimmel zich op zoveel manieren kan manifesteren, en ik deze specifieke vorm ervan toch liefst niet cultiveer…

Advertenties

Spectacular lightshows of which u don’t see the effect

18 mrt

Dus, we gingen vrijdag voor het eerst sinds heel lang naar het toneel. NTG had ‘spectacular lightshows of which u don’t see the effect’ op zijn programmatie staan, en wij stonden wel open voor een portie Cultuur.

 

Wat? Zei u : ‘Isolde, je kan nu toch niet zomaar doen alsof die 1.844 dagen stilte er niet waren?!’

Juist. U hebt gelijk. Maar aangezien de voorbije 5 jaar enkel tot hun recht zouden komen in een vierdelige roman, hou ik het bij de Readers Digest – versie.   Ik wil het vandaag nog over Light Effects hebben, weet u wel.

 

Dus ja, ik ontmoette de Man Van Mijn Leven. Meer nog, ik ontmoette hem hier.   Ik heb zo waanzinnig veel geluk gehad sinds die eerste woorden die we uitwisselden. Je kan het nog het best vergelijken met het kopen van een kraslotje en merken dat je gewonnen hebt. Niet de mega pot, maar wel genoeg om 2 nieuwe lotjes te kopen. En die 2 lotjes, daar heb je beide ook iets mee gewonnen, en de lotjes die je met de winst kocht, die blijken ook weer van het goede soort te zijn… Ik werd met de seconde rijker: eerst heerlijke teksten, dan daar een heerlijk lichaam bij, dan heerlijke ontdekkingsmomenten, heerlijke verhuis, heerlijke verloving, heerlijk huwelijk, heerlijke baby… Ik was zo gelukkig dat ik er bijna van moest huilen bij momenten. Ik kan u zeggen: het loont de moeite om te wachten op die ene persoon die maakt dat alle puzzelstukjes op hun plaats vallen!

Geluk écht meten echter, dat kan helaas maar tegen de graadmeter van het verdriet. Net toen ik dacht dat ieder nieuw kraslotje per definitie winst in zich zou dragen, viel er uit het niets een biljarttafel op de kop van ons gezinnetje. Het tweede kindje dat we verwachtten, dat had een zware afwijking waarmee ze de a term bevalling niet zou overleven. Ze moest voortijdig geboren worden.

 

Ik kan u zeggen, u wil het niet meemaken. Maar àls je het moet meemaken, dan wens ik u toe dat het is met een compagnon zoals de mijne. Eentje die, ondanks het feit dat hij even hard getroffen was door die biljarttafel, samen met jou humor vindt in onbenulligheden, je hand neemt als de supermarkt plots onoverkomelijk groot lijkt en meedenkt over hoe mooi Het Leven voor De Dood was en hoe we het leven erna ook weer mooi kunnen maken.

Zo eentje die de leegte opvulde met het zoeken naar een betekenisvol kunstwerk in onze living en ook dat toneelabonnement. Zodat we buiten zouden komen, zodat onze gedachten getriggerd zouden worden door wat we niet in de dagdagelijksheid vinden en zodat onze gesprekken andere thema’s zouden verkennen.

 

Dus, we gingen vrijdag voor het eerst sinds heel lang naar het toneel. NTG had ‘spectacular lightshows of which u don’t see the effect’ op zijn programmatie staan, en wij stonden wel open voor een portie Cultuur.

 

U mag het zich gerust voorstellen als opnieuw gaan schaatsen na 5 jaar op Aruba te hebben gewoond. Al voelt het vertrouwd, je staat toch wel wat te wiebelen en voelt je wat onwennig. Cultuur is een mindset die je niet verleert, maar waar wel wat roest komt op te zitten bij lang ongebruik.

 

We hadden er een avondje van gemaakt: ons Nageslachtje werd goed opgevangen door haar enthousiaste grootouders, zodat wij eerst gezellig samen een badje konden nemen, gevolgd door zeer grondig afdrogen, gevolgd door ons wat propertjes aankleden, gevolgd door een welgesmaakt dinertje in De Stokerij, gevolgd door een wandelingetje naar theater Minnemeers.

 

Ik was daar nog nooit geweest, in dat kleine theater. We waren te vroeg en zeiden tegen elkaar dat we zo blij waren dat we de stap terug hadden gezet naar cultuur. We wisten niet zoveel over het stuk dat gespeeld zou worden, er was uitgesproken gekozen om geen inleiding te voorzien. We wisten dit: het stuk werd aangekondigd als ‘Spectacular Lightshows allows us a glimpse into a room that is usually closed to us. A replica of a guest flat at the Münchner Kammerspiele is the setting, and it becomes an installation in which bodies are presented as extremely fragile and then encounter each other. A plea for vulnerability’.

En we wisten dat het gespeeld zou worden door 2 naakte mannen. If all else fails (dacht ik), dan heb ik toch maar nog eens 2 nieuwe piemels gezien.

De zaal zat niet zo afgeladen vol. We grapten nog dat het wel interessant zou zijn mocht iemand gewoon uit het publiek opstaan en zijn kleren uitdoen en naar het decor lopen. De realiteit zat er niet zover naast. Twee heren liepen (volledig gekleed) naar de set, en één ervan stamelde de mededeling dat er ook een pauze was. Niet echt een pauze, maar toch een beetje. Dat we tijdens die pauze mochten blijven zitten, maar dat we ook weg mochten gaan. En dat we na de pauze ook mochten terugkomen, maar ook dat we weg mochten blijven. Ik vond het wat grappig, en tegelijkertijd ook een beetje vreemd. Beginnen met de mededeling dat het ok is dat je in de pauze wegloopt… Het ademde niet veel vertrouwen in eigen kunnen uit.

 

Na de mededeling liepen ze naar het bed op de scène, trokken in stilte al hun kleren uit en begonnen aan ‘het stuk’.

 

Ik moet hier en nu nog even benadrukken dat het lang geleden was dat ik nog eens naar een toneelstuk was geweest. Ik ben ondertussen ook 40. Misschien ben ik te klassiek opgeleid en refereert mijn geest teveel naar Oscar Wilde als ik het woord ‘toneelstuk’ hoor. Ik verwacht woorden. Of bij gebreke daaraan symbolen die een bepaalde consistentie hebben. Bij dans beeldt het lichaam iets uit dat meer gaat over het meta-niveau dan over het concrete. That’s perfectly fine by me. Maar de autist in mij houdt er dan wel van dat het boeltje zich ofwel op het meta-niveau blijft situeren, ofwel in het concrete. Make a choice and stick with it. Maar opnieuw: ik eet mijn steak graag bien cuit, dus ik word ook op andere domeinen al eens voor barbaar versleten.

 

De heren begonnen (volledig naakt dus) aan een soort van armendans. Buik tegen buik knoopten en ontknoopten hun handen en armen zich steeds opnieuw. Mijn wederhelft en ik dachten het door te hebben: dit ging over de worsteling die sommige beginnende relaties typeert. Het was wel een lange worsteling. Twintig minuten kijken naar armen die zich steeds opnieuw in en uit elkaar haken, zelfs al snap je de symboliek (denk je – er was geen inleiding, weet u nog), het is een beetje lang. Maar gelukkig, er kwam schot in de zaak. Ze gingen op stap. Dat mag u vrij letterlijk nemen. Eén van de heren ging met zijn hielen op de tenen van de heer achter hem staan. Die achterste heer stak zijn armen onder de (ondertussen rijkelijk zwetende) oksels van de eerste. En zo stapten ze. In rondjes. Opnieuw voor zo’n minuut of 20 (of zo voelde het). I got it (denk ik – geen inleiding, remember), soms draai je in rondjes, je stapt met elkaar door de ontdekking die een relatie is, en dat gaat niet altijd vlotjes, je stapt al eens op elkaars tenen, je valt en verliest contact, je krabbelt overeind en gaat weer verder – de een neemt the lead, de ander volgt lijdzaam (want met zware voeten op zijn tenen)… Het is een symboliek die een week na datum nog steeds tot de gedachte spreekt.

 

Toen volgde het stuk dat ze beide met hun hoofd in de opening in de keuken kropen waar normaal een oven in zit. Enkel de derrières en benen bleven zichtbaar. Ik zoek nog naar symboliek. Een uitnodiging aan het publiek om het te steken waar ik peis dat ge ’t mag steken?! Hoofd en hart verborgen zodat enkel het geslacht overblijft om gepakt te worden?! Ik raakte het spoor een beetje bijster.

Gelukkig duurde dat stuk geen 20 minuten. Er werd overgegaan naar het volgende deel van het ‘stuk’. De enige tekst die ik heb horen spreken, werd geopperd: ‘you wanna make out?’. En dat wilde de ander blijkbaar. Opnieuw zo’n 20 minuten volgden, gevuld met tong. Veel tong. Er werd getongkust alsof beiden een diepgaande reiniging van de amandelen ambieerden. Ik heb niets tegen gekus, maar ik vraag me nog altijd af of de bedoeling was dat het kussen er zo on-erotisch uitzag?

Zie, het stoorde me, dat gekus. Niet om het gekus, maar omdat we van ‘de symboliek van het hoogste, bijna ondoorgrondelijke niveau’, ineenklaps in het mega concrete waren beland.

Ik las in een recensie iets over de bijzonder mooie mimiek die door 1 van de acteurs vertoond zou zijn. Ewel, ik vind het jammer dat ik dat gemist heb – waarom moeten mannen (zeker acteurs die slechts 4 woorden spreken en het dus helemaal van hun mimiek moeten hebben) baarden laten groeien? Je ziet van op een afstandje niets behalve de neus en de ogen. Ze konden alzowel een burka aangehad hebben. Enfin, het zou wat gek geweest zijn wetend dat er aangekondigd was dat het stuk naakt werd gespeeld, maar de gezichtsexpressie zou even duidelijk waarneembaar geweest zijn.

 

Toen was het pauze. Die geen pauze was. Want het licht ging aan maar de acteurs deden voort. Niet met kussen, nee, ze dronken wat water. Ik kan me voorstellen dat ze dorst hadden.

Wij gingen buiten. En ja, we behoorden tot het 1/3 van het publiek dat (blijkbaar) standaard na de pauze niet meer terugkeert. Ik ben daar niet trots op. Ik blijf normaal gezien tot het einde. Maar we beseften dat onze eerste schaatspartij na 5 jaar direct de Elfstedentocht was, en dat was misschien net iets te hoog gegrepen. Ik vertel mezelf dat de mededeling aan het begin van het stuk misschien gewoon uit empathie werd gedaan – om aan de deserteurs te laten weten dat ze zich er niet slecht over hoeven te voelen. Meer paarlen voor de blijvers…

 

We moesten na het stuk nog naar een drink en toen we daaruit weg gingen kruisten zowaar de 2 acteurs uit het stuk ons pad. Waren we niet gehaast om een ondertussen vermoeide grootmoeder af te lossen, we zouden hen aangesproken hebben. We zouden graag gehoord hebben wat het allemaal was dat we gemist hadden in het eerste deel. Wat we misten in het tweede deel, vonden we online: blijkbaar werd er nog een potje gemasturbeerd. Onder de lakens. En al heb ik helemaal niets tegen masturberen of ernaar kijken, ik vond het teleurstellend om dat te horen, want veel concreter dan dat kan het niet worden, zou ik denken.

 

Maar hé. We kwamen buiten, we spijsden onze gesprekken en we vragen ons nog steeds af ‘waarom’. Voor mij zou de titel dus mogen geweest zijn ‘onspectacular lightsows of which u do see the effect – albeit some time after’. Mission accomplished. Hello Life, we’re back!

Zelf( )ver[tr](b)ouwen voor (s)experten

12 dec

Ja, u weet het al : ik heb een verbouwing achter de rug, en ja, ik pleeg te insinueren dat ik onweerstaanbaar ben. De net niet onderdrukte geeuw ontging mij niet… Maar vrees niet. Ik ga u vandaag niet vervelen met de handtastelijkheden van de tapijtlegger of de huwelijksaanzoeken van de (illegale) antivochtspulinjecteerder.

Ik geloof gewoon oprecht dat u het recht hebt om als uitsmijter in mijn renovatieavontuur, kennis te maken met Boris. Boris de Bouwer.

Het moet gezegd, Boris is dat anderhalf jaar van mijn leven de facto zowat de man in mijn huis geweest.

De eerste keer dat hij over de vloer kwam, was tijdens de eerste sneeuwbui van 2008. En hij spendeerde die hele zaterdag buiten. Toen hij de week erop terug kwam vroeg ik hem medelevend of hij er niets aan overgehouden had, aan die ijskoude buitendag. Waarop hij laconiek antwoordde : ‘bwa ja, eigenlijk niet, behalve dan misschien een natte vuist’.

Nu vraag ik u – weet U precies wat dat is ‘een natte vuist overhouden aan iets’ ?! Ik dus niet en ik ben er vrij zeker van dat “het Van Dale Groot Spreekwoordenboek” u ook een antwoord schuldig zal moeten blijven. Er zat dus niets anders op dan wat lacherig te reageren en zo snel ik kon een verdiep lager (in de warmte) die zoekterm aan google te voeren om mijn nieuwsgierigheid naar de betekenis ervan te bevredigen. Ik kan u zeggen, ik heb meer gezien dan me lief is over hoe vuisten precies allemaal nat kunnen worden.

Een week later leerde wat navragen bij vriendinnen uit andere dialecten me dat hij vermoedelijk als resultaat van die koude dag in mijn warm gezelschap, de hand aan zichzelf had geslaan. Het kwam dus niet als een verbazing dat hij een 2 weken later een smsje stuurde om te vragen of ik niet iets met hem wou gaan drinken.

Nu moet u weten, Boris is dus geen onaantrekkelijke man. Het is een boom van een kerel, blonde krullen, vlotte babbel, stevig gespierd lichaam. Er lopen er rond waar je makkelijker naast kijkt. En je kan veel van me zeggen maar niet dat ik niet bereid ben mensen een kans te geven. Maar ik begin uit principe niets met iemand die voor me of met me werkt, dat is niets dat ik enkel en alleen voor Rudy uitvond. Niet op mijn ‘echt’ werk, maar ook niet op een andere manier. En dat meldde ik hem dus. Een klein jaar ging voorbij, en er werd nooit meer met een woord gerept over vuisten of al dan niet te nuttigen nattigheid. Tot ik een lief had.

Ja, het zal u verbazen, maar af en toe eindigt het niet ONMIDDELLIJK in een ramp bij mij. Alhoewel dàt lief uiteindelijk een ramp van wereldproporties zou blijken te zijn, was hij op dat moment nog het licht in mijn ogen.
In Boris zijn ogen was dat eerder een doorn.

Hij en de toenmalige wederhelft ontmoetten elkaar slechts 1 keer maar het was afkeer op het eerste zicht. Wederzijds. Ik heb nog nooit 2 mannen fysiek weten vechten om mij, maar toen hing het in de lucht en weerhield enkel hun beider graad van ontwikkeling hen om daaraan te beginnen. Dat mijn (toen nog pre-)ex wat sterk reageerde, kan ik ergens nog verstaan. Ik had hem immers eerlijkheidshalve verteld dat Boris inderdaad wel wat muren had opgetrokken, zelfs wat plakwerk had verricht, maar dat hij zich ook meermaals in een fantasie van mij had bevonden die over muren en plakken ging, maar dan eerder het soort waarbij het IK was die tegen de muur werd gep(l)akt . Al heb ik dat laatste nu ook niet ZO expliciet uitgespeld. Maar, aangezien u ongetwijfeld ook al eens een fantasie had, ik moet u niet uitleggen dat je niet alle fantasieën daadwerkelijk ook wil UITVOEREN. En daar was ik tegen mijn liefje ook wel heel eerlijk over. Ik was gewoon single in die tijd en een vluggertje op tijd en stond zou me toen zo vies niet in de oren geklonken hebben.

Toen het uit was met het lief en het eindpunt van de verbouwing was bereikt, verscheen uiteraard een verse vochtvlek boven een raam in de badkamer. Een beetje detectivewerk deed me vermoeden dat de voegen boven het badkamerraam aan specie-moeheid leden en dat er daardoor water binnensijpelde. En Boris die metst en voegt ook, dus werd hij gebeld.
In één adem vroeg ik hem om ook een ander muurtje af te werken, een muurtje dat mijn ex ooit had gezet.

Boris vroeg onmiddellijk waarom mijn lief niet verder aan dat muurtje werkte en ik moest hem eerlijk bekennen dat het lief niet zo lief had gebleken te zijn en dat hij dus niet meer (mijn) lief was. Boris kon de volgende dag komen om het vochtprobleem te onderzoeken, hij zou om 19h aanbellen. Maar even ervoor belde hij dat hij 2 uur vertraging had. Ik wou het uitstellen omdat een buitenmuur bekijken als het donker is, me niet zo praktisch leek, maar hij pareerde door te melden dat hij zijn ‘phare’ mee zou brengen.

Zo gezegd, zo gedaan. Na de verlengkabel uitgerold te hebben, de phare gericht te hebben, het probleem aanschouwd en gelabeld te hebben, rolde hij de verlengkabel weer op en ging met zijn materiaal naar zijn camionette. Ik hield de deur open. Toen hij me voorbij liep in mijn (lange) gang, zei hij terloops “zeg, zou jij niet een keer een glas wijn met mij willen drinken”.

Ik antwoordde “bwa, ja…” op een soort van ‘ik wil je hier niet vlakaf afwijzen, dus laat me maar wat vaag doen’ manier. Maar Boris zei “dat komt dan goed uit, ik heb een fles wijn mee” en liep verder naar zijn camionette om me even later met een fles wijn voorbij te lopen. Vanuit de deuropening naar de living vroeg hij ‘zeg, heb jij geen glazen ?!’ waarop er me niets anders restte dan verbouwereerd de voordeur dicht te doen en hem naar mijn zitkamer te volgen.

Ik drink niet zoveel. Zeker niet als ik het gevoel heb dat iemand me zat wil voeren. En dat was toen zeker het geval. Hij en ik deden beiden alsof we de roze olifant in de kamer niet opmerkten en praatten gezwind over koetjes en kalfjes en mortel. Toen Boris een toiletbezoekje bracht en ik even alleen was besefte ik dat het vervolg van het verhaal onvermijdelijk was. Dus ik vermeldde dat ik vroeg op moest en dat het misschien tijd voor hem was om naar huis te gaan. Boris was het er mee eens.

Een paar minuten later ging ik hem voor naar de gang, stak het licht aan en liep richting voordeur. Plots ging het licht uit. Maar aan de voordeur is ook een schakelaar, en bij het opentrekken van de voordeur stak ik het licht opnieuw aan. Hij stapte de drempel over, deed het licht uit en zei “sorry dat ik altijd maar je licht uitdoe hoor, maar…”. Er zou nooit een uitleg volgen. In de plaats ervan stapte hij opnieuw de drempel op en deed zijn move : hij stak zijn handen onder mijn armen, greep me vast en tilde me omhoog. Als ik mijn normale hakken even niet meereken ben ik een zeer overgewaardeerde 1m69. Hij is er 1m96. Ik bungelde dus met mijn voeten zo’n 27cm boven de grond. Hij kuste me niet, maar bleef me gewoon zo vasthouden : met zijn wang tegen de mijne, en met mijn voeten 10inch boven de grond verheven. Hij bleef me daar zo lang zo houden dat ik dingen begon te denken zoals “wat moet ik nu met mijn voeten doen : ze strekken, ze laten hangen, ze bewegen, ze stilhouden… ?!”. Het is geen goed teken als je dat soort dingen begint te denken tijdens een omhelzing met een man. Ik probeerde me dan ook te doen zakken en toen hij me eindelijk weer neerzette, kwam zijn move. Ik wees hem beleefd af, zei dat het niet een goed moment was (geheel naar waarheid overigens) en probeerde toch empathisch met de situatie om te gaan.

Het was duidelijk dat Boris zijn poging al lang had gespaard en mijn nieuwverworven single status als de ‘go’ voor zijn move had gezien. Hij meldde me (zeer expressief) “dienen eikel waar je mee was, dat was NIETS voor jou, dat zag ik ZO”. Uiteraard vroeg ik hem waar zijn vriendin (waar hij iets over had vermeld) gebleven was, waarop hij antwoordde (onderbroken door zo’n 20 kuspogingen, je kan hem alleen maar volharding aanwrijven) : “als je nu graag frieten eet, en je hebt een FAVORIET frietkot, waar ze geweldig goeie frieten hebben, dan wil je altijd in dat frietkot eten. Maar als je niet in dat frietkot kan eten, dan eet je in een ander frietkot, maar daarom zijn die eerste frieten niet minder je favoriete frieten”. Hij zei het met zeer veel passie en expressie. Maar tot op vandaag vind ik het een zeer onduidelijk antwoord op de gestelde vraag : is zijn vriendin het favoriete frietkot of net ik ? Is ‘frieten eten’ de nieuwste term voor sex (met die mayonaise zie ik het verband nu nog wel) of voor mij ?! Was ‘mijn vriendin doet er nu niet toe voor mij’ geen duidelijker antwoord geweest ?!

Ik heb hem vriendelijk maar kordaat buitengeborsteld en zijn laatste woorden waren “het is niet omdat dit gebeurde dat ik nu meer zal aanrekenen”. Wat hij uiteraard wél deed. 20% zelfs. Hij was de laatste stielman die iets in mijn huis te zoeken had.

Een vluggertje heb ik met geen één van de werklieden gehad. Maar ik ben dus wel van de grond geweest.