Tag Archives: Prins

Life is a work in progress – Life

1 mrt

U weet wel hoe dat gaat.  Een mens moet al eens werken om op het einde van de maand de centjes te ontvangen waar een mens al eens de mooie dingen in het leven mee kan betalen.  En soms moet een mens al eens véél werken, waardoor er van leven niet al te veel in huis komt.

U kan de stiltes die af en toe deze pagina’s ontsieren, gerust toeschrijven aan de mengeling van een beetje teveel werk en een beetje teveel leven.  Maar nu het werken voor vandaag gedaan is en morgen enkel leuks belooft, wil ik graag een beetje schrijven over dat leven, dat leven waarvan ik altijd liever heb dat het er een beetje teveel dan een beetje te weinig aan is.

Het is gek hoe het gaat, dat leven van mij.  Niet alleen ben ik er in geslaagd op mijn relatief jonge leeftijd al een heel rariteitenkabinet bijeen te daten (herinnert u zich Peter nog, bijvoorbeeld, en Gino?), ik raakte onder het manvolk berucht (zowel in België als in het buitenland) én ik ontdekte dat de wereld erg klein is.

Soms wil je namelijk dat de wereld gewoon groot is.  Dat je tijdens het uitgaan enkel NIEUWE mensen ontmoet.  Maar omdat je vriendenkring doorgaans geen 20 nieuwe potentiële partners per week produceert, je via je werk ook al niet dagelijks een nieuw aantrekkelijk gezicht voorgeschoteld krijgt en in je stamcafé ook altijd hetzelfde publiek over de barkruk schuift, moet een mens al eens op zoek naar een ander middel om de wereld te verruimen.  En neen, daar bedoel ik niet de middelen mee die in rookbare, drinkbare, slikbare of snuifbare vorm bij de betere pooier te verkrijgen zijn.

Ik deelde eerder al mijn gevoelens over het wijde web en de wereld waar het toegang toe verschaft.  Het zal u dan ook niet gigantisch verbazen dat ik het ook al wel eens op de meer tastbare manier probeerde, dat daten.  Met de onvolprezen speeddate, jawel.

U kent het idee, zo zou ik denken: 7 mannen, 7 vrouwen, 7 tafeltjes, 1 bel.  De heren moeten het vermoeiende doorschuifwerk op zich nemen terwijl de dames glimlachend aan hun (meestal) wit wijntje nippen.  Maar voor je aan het betere voorstelwerk kan beginnen, is er De Entree.  Ah ja, want je verschijnt natuurlijk niet uit het niets aan dat tafeltje.  Met gierende zenuwen in de (oh god – hopelijk platte!) buik, stap je het restaurant binnen.  Plots galmt de reclameslogan van Head’n Shoulders (“you never get a second chance to make a First impression”) irritant hard door je hoofd en word je je bewust van je eigen uiterlijke verschijning en de gigantische invloed van dat laatste pak chips erop.  En van de 26 ogen erop gericht.  Je (als u mij bent) bent immers doorgaans de laatste op dat soort gelegenheden.  Je durft zelf niet echt te kijken, angstig onmiddellijk al te beseffen dat het een verspilde avond zou gaan worden.  De vrouwen nemen je in stilte op de korrel (als u zoals mij vrouw bent) en de mannen…  De mannen staan gewoon in stilte stoer te doen.  Het moment dat je je bij de andere geslachtgenoten vervoegt, voel je de gedachte door je hoofd razen (“waarom, WAAROM TOCH, deed ik hier ook alweer aan mee?”) die iedereen op dat moment in vertwijfeling, edoch verholen onder breedschouderig tooggehang of opgewekt vrouwelijk gekwetter, in zijn ban houdt.

Maar gelukkig is er dan de gong.  De Gong.  Waarom een Oost Aziatische idiofoon het wapen van keuze is, geen mens die het weet.  Je kan alleen hopen dat het geen verwijzing is naar de manier waarop De Beurs wordt geopend, denk ik dan.  Die gong laat op niet navolgbare wijze weten dat wat je nu nog niet wist over je tijdelijke tafelgenoot, mogelijks voor altijd een mysterie zal blijven.

De eerste keer dat ik een Speeddate bezocht (ik beken, ik kan me op een zekere ervaring terzake beroepen) had ik de kardinale fout gemaakt om geen gebruik te maken van het voorgedrukte blaadje papier en de met reclame voor de organisatie versierde balpen.  Zo tijdens een speeddate, leek het me een vreemd moment om een briefje naar iemand te beginnen schrijven.

Maar eens het moment van Het Kiezen was aangebroken, werd ik geconfronteerd met het grootste probleem der speeddates: “it’s all in a name”.  Het zal u verbazen hoeveel koppels hun zonen tijdens de jaren ’70 “Bart” doopten.  En als je (als u bent zoals ik tenminste) daarenboven nog een beetje problemen hebt met het uit elkaar houden van “Gunther”s en “Jurgen”s en “Steven”s en “Peter”s, wordt Het Kiezen plots een stuk ingewikkelder.  Dat blaadje en die balpen blijken daar dus voor een reden te liggen…  U kan het maar geweten hebben.

Maar na de gestileerde paringsdans der woorden die man na man langs het tafeltje van vrouw na vrouw (ver)leidt, komt het beste deel.  Dan mag je nog wat nakaarten, zo met zijn allen, aan de bar.  Heerlijk is dat, zeker als één van de voorgestelde dates een zekere interesse los kon weken.  Want dan mag je nu van nabij ervaren dat die weekheid zich niet alleen bij JOU bevond.  Heerlijk, die subtiele machtsstrijden om die ene begeerde…

Ik heb dus geleerd om bij het speeddaten steeds het papiertje te gebruiken én om onmiddellijk na de paringsdans naar huis te gaan.  Want dan mag je inloggen op de website en vakjes aankruisen.  Als aan de andere kant van de glasvezelkabel de aangekruiste hetzelfde met jou doet, dan krijg je een mailtje met de gegevens van gezegd gekruisigde.  Je krijgt eveneens een mailtje met hoeveel mensen jou verkozen, en alsof deze beoordeling niet voldoende is, kan je haarfijn uitrekenen hoeveel van de door jou waardig bevondenen die mening niet beantwoordden.

In voorkomend geval kan zulks echter ook wel eens goed voor het zelfvertrouwen zijn, zoals die eerste keer waar maar liefst alle 7 van de aanwezige heren mij nog wat langer wilden leren kennen.  Ikzelf had slechts 1 kruisje gezet.  Dat kruisje eindigde een dag later in de Regel die ik daarna nooit meer gebroken heb, kwestie dat u het een beetje kan kaderen.

Maar die 6 andere heren, die waren dus wel degelijk geïnteresseerd, en eentje ervan, zo wist ik tegen het ontvangen van het rapport al, was wel degelijk zwaar teleurgesteld.  Vraag me zijn naam niet, ik kan het je onmogelijk nog vertellen (dat probleem met die namen, weet u wel) maar ik wil hem wel Bart noemen.  En ‘Bart’ was best een lieve jongen, interessant zelfs, creatief en zacht.  Hij had echter geweldig onverzorgde handen.  U stelt zich misschien rouwranden en ongeknipte nagels voor, maar het betasten van mijn papiertje liet een volledige vingerafdrukset na en al zijn nagels behalve die van rechterpink en ditto duim waren gescheurd.  De nagel van de duim (even vies als de andere) was tot op het vel afgebeten en de pink was de thuisbasis van een ogenschijnlijk zware infectie die een geurtje afgaf (ja-haa!).  Hij mocht nog zo sympathiek zijn, maar de aanblik op zijn handen maakte een kruis door het kruisje.  Echter, tijdens de ‘nabespreking’ die ik toen nog onderging, werd het al heel snel duidelijk dat ‘Bart’ niet alleen holderdebolder op mij was, maar daarenboven ook overtuigd was van het feit dat ik die gemoedsgesteldheid zou delen.

Toen de volgende dag de ‘Match’ met de Regelbreker een feit bleek te zijn, stond ik slechts kort even stil bij de andere kandidaten.  Mijn aandacht was horizontaal besproken en de gevoelens van de verticalen waren op dat moment iets minder prangend.

We zeggen en spreken de vooravond van een dag in de herfst.  We zeggen en spreken de vooravond van die herfst wiens winter iets met mijn afvoerbuizen zou doen.  We zeggen en spreken de vooravond van de herfst wiens afvoerbuizen tot De Verbouwingen zouden leiden.  De verbouwingen die een jaar later mijn leven even van veel te veel vers manvolk zou voorzien.  We zeggen en spreken de vooravond van de dag waarop ik naar Telenet overschakelde (met mijn welgemeende excuses voor het expliciete taalgebruik en/of de sluikreclame).  We zeggen en spreken de vooravond van de ochtend waarop ik mijn voordeur opentrok en daar ‘Bart’ zag staan.

Het was het moment waarop ik wou dat de wereld groter was.  Ik dacht dat ik met speeddaten niet fout kon gaan om onbekenden te ontmoeten.  Ik dacht dat ik met speed-internet niet fout kon doen om de wereld groter te maken.  Nooit gedacht dat degene die voor dat laatste kwam opdraven, net de avond ervoor tijdens het eerste was afgedropen.

Het was een raar moment.  Hij met zijn geraadschapskoffer en gebroken hart in zijn handen, ik met de huissleutel die hem de hele dag van toegang tot mijn inner sanctum zou voorzien zonder dat ik er zelf bij was.

Ik had geen tijd om iets liefs te zeggen of wat uitleg te geven.  Ik was al te laat voor een dag vol veel te veel werk.

Het leggen van de kabel bleek ook veel te veel werk.  Een ‘work in progress’, toch gedurende een dikke week.  Een week waarin ik ietwat teveel leefde en de 2 speeddatebroeders elkaar net niet tegen het lijf liepen.

De week dus, waarin ik ontdekte dat de wereld écht wel erg klein is.

Flair

13 feb

Voor de eerste job die ik ooit had, moest ik op een bepaald moment naar een galabedoening in Rotterdam.  Op het programma stond een galadiner, door te spoelen met een revue en af te sluiten door een streepje dans en een wolkje muziek.

Het was een gedoe zonder partners, wat mij -consequent copilootloos- niet slecht uitkwam en wat duidelijk door een aantal van de aanwezigen ook niet direct op geweeklaag werd onthaald.

Mijn werk had me in een chique hotel in het stadscentrum ondergebracht.  Net dicht genoeg bij de feestlocatie om me toe te laten op hooggehakte en fijngeriemde sandalen en op een rustig tempo de vooravond in te schrijden.

Ik had een prachtig kleed aan  En ja, dat zeg ik zelf.  Ik benoem het nog altijd als mijn ‘prinsessenkleed’. Het was lichtblauw, met een mooie vierkante halslijn die het resultaat van mijn prachtige onderliggende Aubade-balconet een etalage gaf, onder de borst getailleerd en tot op de grond vallend, achteraan zelfs iets langer dan vooraan. Het was een zwoele juni-avond en een omslagdoek was voldoende het avondbriesje aangenaam te houden.

Een glas champagne maakte de speech van de hartstikke langdradige CEO aangenamer, maar het alleraangenaamst was het uitzicht op de binnentuin en de mannen in smoking.  Ik pleeg die wel mooi te vinden, zeker als een subtiel bevestigde manchetknoop met stille stijl verschijnt wanneer een zorgvuldig gemanicuurde hand door het goed gestylde haar strijkt.

En ik had geluk, want de tafel waar ik mijn naamkaartje terugvond, bleek 6 smokings plaats te bieden en slechts 2 avondjurken.

Ik werd geflankeerd door Ruud en Tijmen, stevige dertigers (Ruud qua leeftijd en Tijmen qua omvang).  Tijmen had een vrouw en 2 kinderen en veel grappige verhalen, Ruud was pezig, single en intens, zeker zijn blik.

Ik had geweldig veel lol met beiden, en zeker met het contrast ertussen. Wat, letterlijk gezien, mezelf was 🙂 maar ik amuseer me dan doorgaans ook wel goed met mezelf.

Toen het diner (overvloedig begoten en smakelijk ruim bemeten) gepasseerd was, escorteerden de heren me met veel Hollandse flair richting theaterzaal voor de revue. Tijmen zat rechts van me, Ruud links.  Op het moment dat de lichten werden gedimd en het geroezemoes verstomde, boog Ruud zich naar Tijmen toe en zei “wanneer vertellen we haar wat we hebben besloten?!”. ‘Ze’ moest lachen, want de vraag werd zo’n 3 centimeter voor haar lippen gesteld.  Tijmen antwoordde: “ja, dat kunnen we toch enkel als we definitief besloten hebben wie welke kant pakt?” waarop Ruud (bloed(-)serieuzer dan nuchter) antwoordde: ‘jij mag haar kont, dan neem ik de rest wel’.

Ik was me ervan bewust dat onze Nederlandse medemensen een stuk directer communiceren dan ikzelf gewend ben, maar ik vroeg me met licht gefronste wenkbrauwen af of dit nu toch niet zwaar erover was toen Tijmen met een brede glimlach verkondigde: ‘je had je gezicht moeten zien’. Ik liet me niet kennen (“stoer  was de voertaal van de avond), lachte (lichtjes opgelucht) en pareerde “tja, wat een voorstel ook: ik had eerder een andere rolverdeling in gedachten – jij doet Ruud en ik kijk”.  Tijmen schaterlachte, Ruud zei niets en de voorstelling begon.

Na de Revue was het tijd voor muziek en daar zorgde een geweldig goede coverband met de naam Harry’s Herrie voor.  Ik ben nogal makkelijk richting dansvloer verleidbaar en het duurde niet lang of mijn sandaaltjes en het parket gaven het beste van zichzelf aan elkaar.  En Tijmen en Ruud probeerden dat ook.  Ruud was overgeschakeld op Bacardi Cola wat (wetend dat de wijsheid hem al tijdens het eten had verlaten) hem een stuk uitgesprokener maakte.  En waar Tijmen en ik het onderwerp van de rolverdelingen al lang achter ons hadden gelaten, had Ruud dat gelijk niet helemaal begrepen. Toen we de theaterzaal waren uitgewandeld, had hij zijn hand op mijn derrière gelegd en had in mijn oor gefluisterd: “straks pak ik jou hard” waarop ik me had omgedraaid en hem ernstig, beslist en kordaat had gemeld dat als er die avond iemand gepakt zou worden, ik het zeker ik niet zou zijn en dat ik die opmerkingen nu stilaan welletjes vond.  Tijmen, die dat ook had gehoord, zei goedmoedig “nee heb je, ja kan je krijgen” en stortte zich vervolgens op het dansen.

Maar Ruud dus niet.  Met een steeds wrokkiger wordende houding liet hij flesje na flesje cola staan en begon me te vragen waarom ik hem niet wou. Dacht ik misschien dat ik te goed voor hem was? Wie dacht ik wel dat ik was?! De opmerkingen werden grimmiger en de ervaring ook toen hij plots in het vrouwentoilet opdook en tegen alle deuren begon te roepen dat ik een slet was.  En hij stopte niet bij dat woord. Het is iets om te onthouden: het niet deelnemen aan een trio is tegenwoordig de definitie van ‘del’.

Harry maakte ondertussen geen herrie meer en de zaal begon leeg te lopen. Tijmen was met één van zijn (vrouwelijke) collega’s verdwenen maar Ruud hing aan de ingang rond.  Hij had me verteld dat hij met me mee zou gaan, dat dat zijn ‘recht’ was (hoewel hij op dat punt niet meer recht kon staan, laat staan lopen).

Het was het punt waarop ik bang van hem begon te worden en aan een aantal van de aanwezigen vroeg me tot mijn hotel te vergezellen.  Ruud strompelde ons achterna achter, niet langer schunnigheden roepend maar nu onverstaanbaar tegen zichzelf fulminerend.

Ik deed die nacht de deur op dubbel slot en wrikte een stoel onder de klink.

Toen ik de volgende ochtend frisgewassen en zomers gehuld de lobby uit liep, zat daar nog steeds op een bankje voor het hotel, vergezeld van wat plasjes kots (en er net een nieuwe aan het produceren) Ruud.  Hij zag me niet en dat heb ik zo gehouden.

Hij voelde zich duidelijk rot, zo met het hek van de kotsdam. Ik kon geen medelijden opbrengen en was blij hem en zijn bedside manner achter me te kunnen laten.

 

Een paar weken later was er opnieuw een gala-evenement waarop ik mijn werk moest vertegenwoordigen.  Ditmaal in Brugge, in kasteel Tudor.  Ik droeg opnieuw mijn prinsessenkleed en vond mezelf opnieuw aan een tafel met 6 smokings en een ander avondkleed.  De sfeer zat er goed in en de heren die me die avond flankeerden (Bart en Tom) waren stevige dertigers (Bart qua leeftijd en Tom qua omvang).  Tom had een vrouw en 2 kinderen en veel grappige verhalen, Bart was pezig, single en intens, zeker zijn blik.

Toen na het tafelen een ludiek intermezzo volgde, escorteerden de heren me vrij Vlaams (en dus zonder flair) richting de Grote Hall voor een ludiek intermezzo. Tom stond rechts van me, Bart links.  Op het moment dat de lichten werden gedimd en het geroezemoes verstomde, boog Bart zich naar Tom toe en zei “wanneer vertellen we haar wat we hebben besloten?!”. ‘Ze’ kreeg een déjà vu gevoel en kon niet echt lachen, want de vraag werd zo’n 3 centimeter voor haar lippen gesteld.  Tom antwoordde: “er is geen beter moment dan ‘nu’” waarop Bart (bloed(-)serieuzer dan nuchter) me meedeelde: “Tom zal maken dat je nooit dorst krijgt als ik maar met je mag dansen’.

 

Toen ik die avond overwoog om naar huis te gaan belde Tom net naar zijn vrouw en complimenteerde Bart hoffelijk mijn danspasjes.

Ik wandelde die avond naar mijn auto, denkend aan Tom en Tijmen, Ruud en Bart.  En aan hoe flagrante flair niet steeds een stralende persoonlijke interactie tot gevolg heeft.

 

Schaamrood

6 feb

Hij zag er op mijn scherm erg leuk uit.  De foto toonde een guitig gezicht, de zelfbeschrijving een en al humoristische zelfrelativering.  Hij hield van schrijven.  Ik van lezen.  Dus schreef ik.

Hij antwoordde.  Het was zomer en mijn dagen waren genadig gevuld met de ultieme zonnige tijdbesteding : vrienden en BBQ.  Zijn vraag tot een date kon dus niet onmiddellijk ingewilligd worden.  Maar dat deerde niet, want ik hield van schrijven en hij van lezen.  Dus lazen we.

Maar op een zonnige zondag was het dan toch zover.  We zouden elkaar ontmoeten in Oostende in Bistro Mathilde.  Het uitverkoren uur was 18h en na de zomerse zoektocht naar parkeerplaats kwamen mijn zomerjurkje en ik tegelijk om 18.10 op de plaats van de bestemming.  In de Bistro zat maar één heerschap alleen aan tafeltje, de veel te kleine fuchsia wollen pull in schril contrast tot de 27 graden en het rood van zijn gezicht.  Hij bleek de illustere Jeroen niet te zijn, want op het moment dat ik op hem toe wou stappen vertelde mijn gsm me dat Jeroen wat achterstand had opgelopen en op weg was.

Mijn zomerjurkje had bloempjes en die wilden in de zon staan, dus volgde ik gedwee en installeerde me in het nabij gelegen park, met het zicht op het etablissement.  De tijd verstreek en de zon streelde mijn gezicht en armen en het bloemenuurwerk stelde zich op 19h toen Jeroen me plots in de schaduw zette.

Hij was guitiger dan op de foto, en ik besloot hem zijn laattijdigheid te vergeven.  Jeroen had per mail aangekondigd niet van voorspelbaarheid te houden.  En naast het uur toonde hij die voorkeur ook in onze eetplaats door aan de vooropgestelde Bistro voorbij te lopen en aan te kondigen dat zijn beste vriend Josse werkte in een eethuisje aan de zeedijk en dat hij daar liever naartoe wou.

Zo gezegd, zo gedaan.  Josse was een toffe kerel!  Ware het niet dat hij op zoek was naar een man en niet naar een vrouw, ik zou hem aan al mijn vriendinnen koppelen!

De avond verliep aangenaam.  Het waren leuke gespreksonderwerpen en er kon al eens gelachen worden.  Het werd gewoon een tikkie genant toen Josse me op de man (nu ja, vrouw) af kwam vragen of ik Jeroen wel zag zitten en ons kwam vertellen hoe leuk we er samen uitzagen.  Toen Jeroen Josse na de vierde directe opmerking wees op het eerder contraproductieve van die uitspraken, vertelde Josse ons dat het schaamrood hem op de lippen stond en dat hij zich van verder commentaar zou onthouden.  Samen met de dame die me recentelijk vertelde dat ze haar periodieke onthouding zou wijzigen dé lapsus linguae van het decennium.

Ik lachte alles een beetje weg omdat ik nog niet genoeg wist van Jeroen en me op geen enkel antwoord wou vastpinnen.  En toen we die avond afscheid namen aan de wagen  werd er niet gekust en dat vond ik best.

Maar er kwam wel een mail.  Ik had er nog nooit zo eentje gehad na een date.  Het was de evaluatie van de avond vanuit zijn standpunt.  En Lucky me – ik was geslaagd.  Hij wou me graag nog eens terugzien.  Maar tot dat kon wou hij me graag zoet houden met een aantal teksten van zijn hand en vroeg of ik niets voor hem had om te lezen.  Dus stuurde ik hem het u ondertussen ook bekende Playboy Man(sion) op.

Niet zoveel later nodigde hij me uit voor een Musical.  Een streepje cultuur leek me wel leuk en dat streepje met hem zetten ook niet geheel onaangenaam, dus we spraken af voor het theater.  Helaas voor ons bleek de hoofdrolspeler met een keelontsteking thuis te zitten dus zat er niets anders op dan de avond anders in te vullen.  Op café.

Jeroen vond het erg belangrijk dat we die avond over seks zouden praten.  U zal het al begrepen hebben – ik heb in se niets tegen het bedrijven van of het praten over seks, maar ik hanteer doorgaans de stelregel dat ik preferabel maar uitgebreid over alle aspecten van het bedrijven van de liefde praat met een man die ik liefheb en/of die me reeds bedreef.  Luisteren, daarentegen, dat kan geen kwaad.  Maar het gesprek nam een onverwachte wending toen Jeroen me op de man (nu ja, vrouw) af vroeg of ik ooit al betaald had voor seks.  Dat er andere manieren waren om als single in de vleselijke noden te voorzien, kwam niet zo direct bij hem op.  Hij, zo meldde hij, ging vaak naar de hoeren.

Het is in mijn ervaring niet iets waar veel mannen op een tweede date mee over de brug komen.  Ik wist niet goed wat ik ervan moest maken – ergens waardeerde ik zijn eerlijkheid wel, want er zouden niet zoveel dames van plezier zijn, moesten er niet minstens evenveel waarderende klanten rondlopen.  Eentje vinden die er dan ook gewoon voor uitkomt, was op zijn minst origineel te noemen.  Langs de andere kant merkt ik dat het brave meisje in me toch een tikkie geshockeerd was dat te horen.  Maar niet genoeg om niet verder te luisteren…

Er passeerden nog een heleboel onderwerpen de revue, gaande van de band met zijn ouders over de band met zijn vrienden tot de band met zijn exen.  De avond eindigde (voor mij) op een straathoek, met de afspraak dat we elkaar nog zouden bellen.

Er kwam echter geen telefoontje, en ik was daar niet rouwig om – zijn nogal economische houding ten opzichte van seks maakte dat ik zelf niet geneigd was om contact te zoeken.  En zo hij dat ook niet deed was dat voor mij maar best.

Maar het toeval wou dat het verhaal nog niet gedaan was.  Het toeval wou dat een paar dagen later, aan een toog in een bruin café, Jeroen mij tegenhield toen ik terug kwam van een toiletbezoek.  Hij stond er met een vriend, ik was op weg naar huis.  Wou ik niet nog eentje drinken?  Thuis wachtte niemand op me, en ik had wel wat plaats voor nog een watertje, dus ik stelde me bij.

Jeroen liet niet zoveel tijd passeren voor hij met me deelde wat hij duidelijk kwijt wou.  Hij moest me op de man (nu ja, de vrouw) af melden dat wat ik in mijn Playboy tekstje geschreven had over glijmiddel, kant noch wal raakte.  Zijn beste vriend (degene die op zoek was naar een man) had hem gezegd dat iedere man glijmiddel in huis moest hebben.  Dus, zo weet ik nu, ik was volledig fout door te stellen dat het een twijfelachtig voorteken was dat een man meende dat nodig te moeten hebben.

En meer nog, niet alleen wist hij wel dat ik fout was, zelfs zijn eigen moeder had er niets abnormaals aan gevonden.  Want de dag dat hij het glijmiddel gaan kopen was, had hij het op de dressoir in de living laten staan en toen zijn moeder de volgende dag langskwam had ze hem niets gezegd over het glijmiddel maar was ze gewoon beginnen zagen over het lijntje coke dat ernaast lag.  Dus zo erg kon glijmiddel niet zijn, toch?!

Ik dacht er het mijne van maar zweeg, want ik voelde dat er nog meer kwam.  En ja hoor.  Jeroen, in het vuur van zijn betoog, begon aan zijn beklag over de vrouwen die geen glijmiddel nodig hebben.  Irritante wijven, zo noemde hij ze, de vrouwen die zeggen wat ze leuk vinden, of tout court één of ander (appreciërend of niet) geluid maken in bed.  Erger nog, diegenen die laten blijken dat ze al wat ervaring bezitten.

De ideale seks (dixit Jeroen) was die waarbij een man, als ware hij een ijsbreker, frisse witte sneeuw doorklieft.

Zijn liefde voor het snuiven van Snow kreeg plots een extra betekenis.

U mag het er uiteraard mee eens zijn, maar zijn beschrijving van de ideale beurt leunt in mijn verbeelding gevaarlijk dicht bij verkrachting aan.

Het zal u niet verbazen dat ik daarna niet geneigd was lang te blijven hangen.  Maar toch slaagde hij er voor mijn exit nog in om te vermelden aan welke eisen schaamlippen moesten voldoen en dat de vrouwelijke besnijdenis zo zijn voordelen had.  Alles wat spant en scheurt zit beter.  Ik meen dat dat zijn woorden waren.  Over schaamrood en lippen had Jeroen veel meer dan Josse iets moeten weten.

Ik zei het hem op de man af : deze vrouw houdt teveel van warmte om zich met ijsbrekers in te laten.  En ik dacht erbij dat ik vond dat hoeren een risicopremie moesten krijgen.

Tandem

6 jan

U had het wellicht al begrepen uit mijn verhaal over Bjorn, Olivier en Don, heb ik me al op verschillende online dating sites gewaagd in de voorbije jaren.  Op sommige kwam ik al snel niet meer terug.  Dan vond ik de layout lelijk of warrig, de mogelijkheden niet overzichtelijk, de meeste gewoon te duur.  Iets opstandigs in mij vindt het (net als bij de spermabank overigens) absurd om voor iets te betalen dat in de natuur zo vrijelijk en leuk beschikbaar is : menselijke contacten.

Oh, ik betaalde er al voor hoor, voor die tijdelijke toegang.  En toen ik dat deed, wou ik zoveel mogelijk waar voor mijn geld.  Een mens moet een beetje praktisch denken hé.

Ergens voelt het niet goed, mailen met meerdere heerschappen tegelijk, ik heb liever mijn pijlen op 1 doel te richten en er flagrant naast te schieten, dan 10 af te vuren in de hoop dat één ervan (zelfs al was het de mist waarschijnlijke) in de roos terecht komt.  Maar de eerste keer dat ik betaalde voor de mogelijkheid tot male/mail meat leek dat ene opzij gezette principe ook het andere tot gevolg te hebben.

En dus mailde ik met Marnix én Norman.  Beiden waren eigenlijk wel boeiend.  De laatste was een kunstenaar met woorden (en ja, ik geef toe, mooie schrijfsels doen mijn knieën iets harder knikken dan die van de schrijffouten-tot-een-kunst-verheffende, leestekennegerende taalverkrachter).  Hij had hetzelfde idee over foto’s vrijgeven op internet en ik vond het dus helemaal niet erg dat we de eerste indruk aan de fysieke ontmoeting zouden overlaten.  Ondertussen groeide een mail van 1 paragraaf na 5 keer over en weer gaan uit tot een novelle.  Iedere keer dat ik zijn naam in mijn inbox zag verschijnen maakte mijn maag een klein sprongetje.  Ik waande me bijna verliefd.  Want dat kan je dus worden op fijne schrijfsels.  Je wordt verliefd op wat hij schrijft, maar ook op wat je zelf inbrengt, op die kleurrijke spiraal van associaties die zuurstof in je verwachtingen pompt en je met een energiekere tred door je dagen doet huppelen.

Het was al snel duidelijk dat we elkaar erg graag wilden ontmoeten.  En al even snel duidelijk dat we daar beiden schrik voor hadden.  Want ergens zei ons buikgevoel dat het sooo close was.  Dat als het fysiek nu ook zou klikken, dat we dan alleen nog het vraagstuk “Gent versus Antwerpen” moesten oplossen voor een prachtige toekomst op ons wachtte.

We stuurden dus toch een foto.  De zijne was een wat kunstzinnig opgevatte close-up van zijn gezicht.  Er viel veel (geen etterende zweren en wel contactlenzen over de diepblauwe ogen) en tegelijk niets uit af te leiden.  Zo is dat gewoon met foto’s.

Daar waar ik mijn abonnement had betaald op 1 november waren we ondertussen al aan de feestdagen aanbeland en het was duidelijk dat we voor de jaarwissel (2007-2008) geen rendez-vous konden plannen. Dus hielden we het maar op Rendez Vous.

Maar ondertussen was ik dus wel ook aan het mailen met Marnix.  Marnix had wel een foto (zwart wit en ook heel erg ik-laat-me-eens-professioneel-fotograferen-aandoend) toegevoegd aan zijn profiel én, tot mijn groot jolijt was er een vragenlijstje aan zijn profiel toegevoegd.  Nu kan je dat wel op meerdere datingsites maar veel inventiever dan “hou jij van wijn of bier” worden de vragen doorgaans niet.  Marnix’ vragen gingen over alles van Afrikaanse kunst over grootouderverhalen tot uit welk materiaal lakens best gemaakt worden.  Het was leuk, het was grappig, en ik vulde zijn vragenlijstje blijkbaar bevredigend in.

Marnix was minder virtuoos in zijn mails dan Norman.  Maar hij schreef menselijker en kwetsbaarder, en dus oprechter dan een literaire tekst doorgaans toelaat.  Dus bleef ik ook met hem mailen.  Maar toen ook Norman in zijn ziel liet kijken werd zijn voorsprong te groot en taande mijn interesse in Marnix.  Die van Marnix in mij echter groeide en het leek me gewoon menselijker en sympathieker om af te spreken.  Plus, ik wou dat mailen met Marnix afronden voor ik met Norman afsprak, dat leek me voor alle betrokkenen gewoon veruit het netst en ik hou van netjes.

Dus belegden Marnix en ik op een koude novemberdag een afspraakje aan zee.  We spraken op zijn verzoek af in Knokke, aan de surfclub.  Een uur na ons afspraakmoment vonden we elkaar ook daadwerkelijk daar Knokke meerdere surfclubs blijkt te hebben.  Het was een grappige verwarring die onmiddellijk het ijs wat brak en ons plagende commentaren ontlokte. Marnix vond het hilarisch en lachte zijn tanden bloot.  Of tenminste : hij lachte zijn tand bloot.

Nee, hij had geen vechtpartij achter de kiezen of had zich geen vals gebit laten aanmeten dat nog net niet af was, nee, hij miste onderaan gewoon 7 van de 8 relatief zichtbare tanden en zat daar zelf niets mee in.

Ik wil zeggen ‘ik ook niet’ maar eigenlijk zou dat liegen inhouden.  Ik vond dat hij er zo véél ouder uitzag dan hij was, hij was moeilijk verstaanbaar als hij praatte én tijdens het eten was het allerminst een fraai zicht.

Zeker met het zicht op een ontmoeting met Norman was het voor mij erg duidelijk dat Marnix’ eerste échte indruk die van de eerste virtuele indruk niet kon waarmaken.  Het kostte een afwijzing en dan een duidelijk heel pijnlijk aankomende ik-zie-dit-niet-zitten (met verongelijkte reactie) vooraleer Marnix zijn gekwetste trots verbeet en in zijn aftandse volkswagen golf kroop richting Roeselare.

Ik vond het best wel erg dat hij misnoegd was, maar probeerde de positieve kant van de zaak in te zien : nu kon een ontmoeting met Norman tenminste uitmonden in iets moois als we dat beiden zouden zien zitten.

Norman en ik waren ondertussen aanbeland bij het uitwisselen van de intiemste en meest zeggende foto’s die er zijn : die van ons inner sanctum.  Ik geloof (uiteraard omdat dat bij MIJ zo is) dat mensen consequent zijn aan zichzelf en dat op alle vlakken doorvoeren.  Ik laat niet zomaar iedereen toe tot mijn huis, noch mijn leven, dat is daar 1 voorbeeld van.  Maar de inrichting van mijn huis weerspiegelt ook echt mijn persoonlijkheid, wat waarschijnlijk ineens één van de redenen is waarom ik er niet zomaar iedereen toelaat.  Maar aan Norman stuurde ik een foto van het gedicht dat toen (pre verbouwingen – dat moet er nog eens terug op komen) op mijn muur hing, van de hangmat in een hoek, van de boeken-stairways-to-heaven.  Hij mailde een kiekje van zijn bureauhoek de houten vloeren in zijn living en het brandglas bovenaan de trap.  We voelden ons al thuis.

Dus het leek de meest logische stap om daar dan ook af te spreken. Bij hem thuis, niet bij mij, want zoals me zo vaak overkomt beloofde hij voor me te koken (zonder het uiteindelijk te doen, wat nog vaker voorkomt).

De verwachtingen langs beide kanten waren bijzonder hoog gespannen in de aanloop tot de ontmoeting.  De kalender zei 3 januari en zijn kleren waren assorti aan de verwachtingen, hetzij op een lager echelon.

De kunstlederen broek kon geheel de paustest met de stoel vervangen om tot de conclusie ‘habet et bene pendentes’ te komen.  Hij droeg erboven een zwart met goud gestreept t-shirtje dat elk detail van zijn borstkas vrijgaf, ook de tepelpiercing in de rechter tepel.  En laat tepelpiercings nu toch wel één van de dingen op mijn (vrij korte) totale-afknapperlijst zijn…

Dat hij meer dan een kop kleiner was dan mij (zelfs met zijn hoge hakken) en dat zijn stem sterk herinnerde aan die van Frank uit ‘some mothers do have’m’ was daarna van ondergeschikt belang.

Het was een ongelofelijke sisser na zo’n veelbelovende aanloop.  Ik ben dan zo naïef dat, ondanks eerdere ervaringen, ik wel periodiek he-le-maal geloof dat DIT het is, dat het nu WEL helemaal snor zit.

Hij had wel een leuk huis en woonde in Antwerpen in de buurt van een mooi park waar we (dik ingeduffeld en ver van elkaar) een nieuwjaarswandeling in maakten alvorens ik weer richting Gent snorde.

De volgende dag ontlokte de naam ‘Norman’ in mijn mailbox opnieuw een reactie in mijn buik : die van de moed die eruit wegglipte richting mijn schoenen.  Want ik WIST het op voorhand al :, ik zou voor de tweede keer op korte tijd een hoop moeten verbrijzelen, een hart moeten breken, een bitch moeten lijken.

Groot was mijn verbazing, nee, zeg maar VERBIJSTERING toen de mail kort en krachtig bleek te zijn : ‘Sorry Isolde, maar jij bent echt mijn type niet.  Je bent wel een leuke vrouw en zo.  Voor iemand anders, want je bent gewoon mijn type niet.  Jij en ik, wij hebben een heel andere stijl en ik zoek iemand die de mijne heeft.’

Ik wist niet waar ik het had !  Het mag arrogant klinken, maar het is niet de gewone gang van zaken…  Meestal wil de tegenpartij nog en ik niet.  Dat Norman en ik perfect overeenkwamen in onze inschatting van elkaar deed er even niet toe.  Ik ben toch wel een uur zwaar perplex en een tikje in mijn gat gebeten geweest :-).  Een vol uur toch wel.

Daarna vond ik het gewoon doodjammer dat er nu zo geen prachtige briefboeken meer in mijn mailbox zouden glijden.  Want dat is het absolute nadeel aan internetdaten : als het niet klikt stoppen ook de schrijfsels.

Ik kwam later nog wel eens in aanraking met Norman, maar daarover verder in de toekomst wel nog eens meer.

Ook Marnix kruiste nog eens mijn pad. In de Delhaize aan de Watersportbaan (waar meerdere interessante ontmoetingen met vergane prinsen plegen door te gaan) kwam ik hem bij het gekoelde fruitsap-rek tegen.  Hij herkende me en zei vriendelijker goeiedag dan dat we weleer afscheid hadden genomen.  Mijn vraag wat hem uit Roeselare naar Gent had gedreven ontlokte een glimlach.  De voorbije 3 maanden bleken hem nog eens 2 tanden te hebben gekost.

Hij antwoordde : ‘mijn vriendin’ en trok een 21jarige blondine die zo van de band in de Mattel-fabriek leek gerold.  Cindy (aka Barbie) was een amateur-fotomodel wat in Gent iets vlotter lukte dan in Roeselare en had een leuke job als tandtechnieker bij -toeval der toevallen- mijn toenmalige tandarts.

Ik beken het eerlijk : toen stond ik toch wel een beetje met mijn mond vol tanden …

 

Vacature

3 jan

Hij duikt steeds vaker op – de (retorische) vraag die mijn moeder me ook altijd stelde als ik weer eens kritiek had op de saaie kerkmissen : “Altijd maar hekel, Isolde, wanneer horen we eens iets opbouwends ?!”.

Het is een goeie vraag.  Maar ook geen simpele want hij brengt geen grappig antwoord, geen punchline, geen hilarische wending.  En laat ons wel wezen, dat laatste, dat is gewoon leuker om te lezen…

Maar aangezien ik van die categorie nog zo’n 30 verhalen te vertellen heb zonder dat ik ooit nog één miskleun zou ontmoeten (dus blijf zeker lezen :-), en niet-miskleunen, kom gerust af !), willig ik vandaag een belofte aan mezelf in.  De belofte om samen met u voor mijn spiegel te staan en u te laten meekijken in de I van Isolde, de Isolde zonder de Ironie.

Het zit zo.  Eens in de zes weken spreek ik af met het groepje vriendinnen dat ik “the Ladies” pleeg te noemen. We zijn met 5, kennen elkaar van in een lang vervlogen studententijd en delen al jaren elkaars lief  (nee, niet letterlijk !) en leed, interesses en blunders. En ik vind dat we 5 stijlvolle madammen zijn, vandaar.

Als enige single in het gezelschap is het aan mij om de verhalen over smachten en verlangen, romantiek en anticipatie te berde te brengen. En uiteraard ook die andere, over hoe pijnlijk verliefdheid wel is, de gekwelde onzekerheid van het wachten en het verscheurende van een breuk, zelfs al is de relatie nog maar zeer pril.

En heel af en toe, als er iets op het dessert staat met veel chocolade in en als de wijn net voldoende vloeide en de vermoeidheid me (en misschien wel „ons‟) minder cynisch stemt en even doet geloven in sprookjes – maar vooral dat eerste -, heel af en toe hebben we het over De Ware Jacob.

Het is een gevoelig onderwerp. Want al zijn ze stuk voor stuk erg gelukkig met hun respectievelijke partner, ieder van die partners heeft wel een groen lapje dat verbleekt bij wat er aan een overkant mogelijks te vinden is. En dus kan het praten over De Ware Jacob in foute omstandigheden wel eens ontaarden in een gesprek over de ongewenste manifestaties van bepaalde eigenschappen bij hun (wel degelijk) gewenste mannen.

Ook voor mij is het wel eens een gevoelig onderwerp. Bespreken wat je wenst kan je heel erg wijzen op de afwezigheid van alles op je lijstje…

Daarnet was het daar dus tijd voor. Daarnet vroegen The Ladies me om mijn ideale man eens te beschrijven.

Je zou misschien denken dat zo’n beschrijving zou starten met het uiterlijk, maar eigenlijk is dat niet zo.

Die ideale, perfecte man, wat hij moet zijn is intelligent op een spitsvondig soort manier, niet het type „wandelende encyclopedie‟ (al besloten we unaniem dat het wel handig is zo‟n wederhelft aan je zijde te hebben tijdens een spelletje Trivial Pursuit). Iemand met een scherp gevoel voor humor, geslepen door een vleugje cynisme en een toefje sarcasme af en toe. Wat abstractie om het wat mysterieus en boeiend te houden.

Iemand die bij „wat heb je het laatst gelezen‟ iets invult dat meer dan 100 bladzijden telt en liefst ook iet of wat inhoud. Die geboeid kan zijn door het onbekende en niet afgeschrikt door het van de norm afwijkende, in tegendeel.

Iemand die een uitgesproken mening heeft over verschillende soorten onderwerpen, waaronder ook dat het ok is “to agree to disagree”. Die niet bang is om bij het vormen van die mening heel erg outside the box te denken.

Iemand die waarden en principes niet verwart met politiek en trends.

Persoonlijkheid dus, dat soort met een grote “P”.

Iemand die die persoonlijkheid graag laat leven door banden aan te gaan met ouders, vrienden, collega‟s.

Die vindt dat de essentie ligt in hoe we met anderen omgaan en dat al het andere window dressing is.

Die „respect‟ niet als een luxegoed ziet maar als basisrecht.

Mocht hij eruitzien als Johnny Depp in Chocolat (zowel de film als het goedje), dan zou ik dat niet erg vinden, al gaat het hem daarbij enkel over de sterke uitstraling en minder over de looks.

Want mijn ideale man moet (voor mij) aantrekkelijk zijn zodat ik de bliksem niet enkel in mijn buik maar ook in mijn onderbuik voel inslaan op het moment dat ik voor hem val.

Hij moet graag vrijen. Niet „graag sexen‟, maar wel „graag VRIJEN‟ – dus ook kussen en aanraken, verlangen en verleiden, plagen en genieten, actief passioneel maar ook vol overgave te bekoren zijn.

En hij moet verliefd zijn op mij. Klinkt zo vanzelfsprekend, maar is het niet. Hij mag de perfecte man zijn, als hij niet valt op de dingen die ik heimelijk leuk aan mezelf vind, dan kan dat fijne zekere over jezelf, je relatie en wat tussen jullie tweetjes groeit, niet ontstaan. Dan blijf je zitten met twijfel en afhankelijkheid.

Hij moet DURVEN verliefd zijn, en durven verliefd zijn op mij. Hij moet weten waarom ik helemaal holderdebolder op hem zou moeten worden, zodat we zoals 2 tieners dagen niet kunnen eten en nachten niet kunnen slapen.

Hij moet me veroveren – uiteraard pas nadat ik besloten heb dat hij dat mag 🙂 – en als hij daarbij wat inventief is, zou dat heerlijk zijn.

Hij heeft handen die me zacht verkennen maar waarvan zijn linkerexemplaar evengoed mijn rechterversie stevig vastpakt. Rimpels rond zijn ogen en mond omdat hij het lachen niet kan laten. Haar waarin ik mag woelen. Een lichaam dat ik kan leren bespelen. Een geur die ik uit duizenden herken.

Ik werd er even stil van, van het beschrijven van mijn man. Hij was eventjes zo echt geweest dat ik me in-gelukkig voelde en meteen naar huis wou, naar hem, waar dat ook moge geweest zijn.

Het was een beetje zoals bespreken wat je allemaal zou doen mocht je 20.000.000 € winnen met de lotto om na het uitdelen van huizen en auto‟s, aanschaffen van voedsel en kleding en weet ik wat nog meer, plots te beseffen dat je spijtig genoeg vergeten was een ticket te kopen en het nu moet doen met die 20€ die nog in je portefeuille zit.

The Ladies verzekerden me dat mijn ideale man bestond maar zeker ook wel een buikje, zweetvoeten, allergie aan parfum, intolerantie voor schoonouders of iets dergelijks zou bezitten. Ik geloof hen graag, meer nog, als ik ook maar een fractie van hetgene hierboven vind, dan neem ik er de obligatoire minkantjes echt wel bij.

Op weg naar huis heb ik extra goed rondgekeken. Misschien stond hij naast me aan de rode lichten of stond hij net voor het raam om de gordijnen dicht te schuiven. Misschien was hij ook wel aan het denken aan de ideale vrouw met die paar minkantjes. Aan mij.

Misschien is hij uw beste vriend of broer. Zegt u hem dan dat ik van rode rozen hou en graag Indisch eet, dan weet hij ineens wat doen als hij aan dat veroveren begint 😉 ? Maar zeg hem vooral dat ik met niet minder dan hem genoegen neem en naar hem uitkijk.

Willy or Won’t he

27 dec

“Jij bent waarschijnlijk gewoon te veeleisend” is één van de uitspraken die de gemiddelde huis-, tuin- en keukensingle veel te vaak als antwoord krijgt op de (retorische) vraag “waarom ben ik nu toch nog alleen ?!”.

Het is een antwoord dat bij mij altijd een dubbele reactie ontlokt.  Enerzijds kan ik goedmoedig, edoch doorspekt met een vleugje pinnigheid, niet nalaten die redenering even door te trekken : als singles té veeleisend zijn, betekent dat dan niet dat al wie geen single meer is, NIET veeleisend was? En is dat dan iets om vol trots te verkondigen (zeker als je partner in de buurt is)?!

De tweede reactie is dat ik me daadwerkelijk begin af te vragen of de spreker geen gelijk heeft en dat ik misschien de lat wat naar beneden moet halen.  Het was op zo’n moment dat Willy me uit eten vroeg.  En ik ja zei.

Willy werd bij de douane en door zijn moeder aangesproken als Wilfried en, zo moet u weten, ziet er niet uit zoals hij klinkt.  U zou hem zich mogelijks voorstellen met een dikke ouderwetse bril, overgekamd haar, een doorzichtig fout hemdje en witte sokken in veterschoenen met rubberen zolen.  Niets daarvan.  Willy was op zich eigenlijk echt niet onaantrekkelijk, al probeerde hij dat bijzonder goed te verstoppen toen we elkaar oorspronkelijk ontmoetten.

De eerste tot en met 100e indruk die Willy naliet was er één van springerige onschuld.  Niet direct wat je zou verwachten van een derdejaarsstudent aan de universiteit.  Hij droeg (door zijn mama handgebreide) pulls, liefst met een naar paarden verwijzend motief, gedroeg zich als een dertienjarige in de buurt van meisjes en praatte enkel over jumping.  Ik moet bekennen dat we in die tijd eerder lacherig over Willy praatten en hem niet tot de beschikbare mannen rekenden.  Hij was zo overduidelijk nog nooit in de buurt van een vrouw geweest dat we (mijn vriendinnen en ik) ons veel te werelds voelden om daar verandering in te brengen.  Ja, we werkten wel samen met hem voor de practica, en ja we kenden hem van zijn studentenjob in een platenzaak, maar we zagen hem niet voor vol aan.

Het hielp niet dat de versierpoging die hij ten aanzien van mijn vriendin ondernam als voorbeeld van klungeligheid werd rondverteld in ons jaar.  Mijn vriendin is een hele mooie meid.  En was dat toen ook al.  Ze was het soort vrouw dat zelfzekere mannen naar adem deed happen en waarvan de meeste leeftijdgenoten dachten dat ze way out of their league was.  Maar Willy stapte op een onbewaakt moment op haar toe en zei : ‘ik heb er eens over nagedacht en ik heb besloten dat jij wel mijn lief mag worden’.  Vervolgens drukte hij haar een kaart voor de Kerstjumping in de handen en vertelde haar dat ze daar ineens ook zijn ouders kon ontmoeten.

Het werd een eenzame Kerst voor Willy en voor zover ik weet bleef dat voor de rest van zijn studies onveranderd.

Vijf jaar later was ik weer eens op een opleiding (alwaar je de spannendste mensen ontmoet) en wie ontmoet ik daar – Willy.  De 100 en eerste indruk die Willy maakte was dat hij ontmaagd was.  Dat klinkt een beetje cru, maar de jongen met de passie voor paarden was een man geworden met een passie voor berijden.  Ik zag het aan zijn houding, zijn blik, zijn zelfbewustzijn.  Willy had zijn willy ontdekt.

We voerden het soort gesprek dat 2 mannen niet met elkaar hebben en 2 vrouwen al evenmin.  Ik langs mijn kant voerde het omdat ik geïntrigeerd was in de transformatie : seks had Willy sexy gemaakt.  En al zag hij er nog identiek hetzelfde uit (behalve de kwaliteit van outfit) als een half decennium eerder, pas nu zag ik dat hij eigenlijk knap was.  Waarom hij langs zijn kant het gesprek voerde – tja.  In dat lustrum had hij lust ontdekt denk ik.

Hij hield stevig oogcontact, kwam dichter dan nodig was, en vroeg mijn nummer op de valreep van de pauze.

Ik was nauwelijks op de trein naar huis gestapt of de telefoon rinkelde al.  Had ik geen zin om als disgenoot van Willy te fungeren, preferabel vanavond nog.

Ik vond dat stiekem een beetje jammer…  Als je room bij de vleesjus doet, moet je dat ook even laten doorkoken.  Als je interesse in een vrouw zaait, mag je dat wat laten doorsijpelen.  Echt.  Het is geen slechte zaak haar tijd te laten zodat ze lachend naar een vriendin kan bellen met de befaamde opener “Moejenunekeerwaweten ?!”.  Dat lachen richting samenzweerderig enthousiasme laten evolueren, haar vervolgens laten tintelen door een kort maar spits teken van leven ongeveer een half uur nadat ze gedacht had dat een happige kerel ten laatste zou toegeslaan hebben.  Dat mag.  Dat is zelfs goed.  Meer nog, dat is zelfs top.

Bij gebreke aan die wenselijke stappen in het datingproces ontmoette zijn uitnodiging wat aarzeling in mij.  Ik hoopte dat het wat naar de toekomst verschuiven van de date die aarzeling naar het verleden zou verwijzen.  We spraken af op zaterdag, 3 dagen na de opleiding.

Je ‘opmaken’ voor zo’n date vind ik altijd iets raars.  Je bent jezelf, hebt je eigen stijl, maar tegelijk wil je graag een goede indruk maken, en die hangt af van de smaak en stijl van de toeschouwer.  En al zou ik nooit zover gaan om mijn geliefde hoge hakken in de kast te laten voor een date als ik vermoed dat hij liever basketjes ziet, er zijn dingen die zo nauw niet steken.  Zo lak ik een keer of 6 per jaar mijn nagels.  Ik kan dat perfect meer doen voor de liefhebber, en perfect laten voor wie daar lak aan heeft.  Zo simpel is dat.

Die zaterdag was toevallig de dag na de tweemaandelijkse kleuring van mijn klauwtjes.  Willy had nog geen goeiedag gezegd toen hij me daarover op de vingers tikte.  Nagellak, tatoeages in het gezicht en piercings in de geslachtsorganen behoorden tot dezelfde uiting van marginaliteit voor zover het hem betrof.  Qua openingszin kan zoiets wel tellen.  Het beïnvloedde alleszins de zin tot opening.  Van mijn voordeur, van mijn hart, van mijn lichaam.  Mensen die anderen in hokjes steken, blinken vaak niet uit in ruimdenkendheid.  En laat nu die eigenschap toch wel zeker heel belangrijk voor me zijn ?!

Maar, u hoorde het mij al eerder vermelden, ik vind dat mensen kansen verdienen en dus trok ik toch met hem op pad.

Het standpunt rond piercings wat niet het enige dat Willy indringend innam.  Ook zijn mening over partners was kleurrijk (maar klonk lichtelijk pijnlijk).  Een echtgenote behoorde volgens Willy vooral volgzaam te zijn.  Hij had er net een relatie van 2 jaar opzitten met een meisje die inschikkelijkheid tot een Olympische discipline had verheven maar hij had de relatie verbroken toen ze geweigerd had op een zondagmiddag mee te gaan naar zijn ouders.

Met zijn ouders had Willy ook een bijzondere band : als ze iets zeiden dat hem niet aanstond dan sprak hij gewoon niet meer tegen hen.  Zijn record was 37 dagen stilte geweest.  Hierbij telde hij enkel de dagen waarop hij zijn ouders ook daadwerkelijk had gezien.  Anders (dixit Willy) zou het wel gemakkelijk zijn geweest.  De fameuze geweigerde zondag viel trouwens op dag 35 van dat stomme tijdperk.

Willy toonde zich 2 uur lang van zijn zeer categorieke en onverbiddelijke kant.  Wetend dat mijn eigen sterkte (mensen kansen geven en redelijkheid zien voor ik onredelijkheid moet besluiten) tevens ook mijn eigen zwakte is, wist ik dat de combinatie van die Willy en mijn wil niet echt een aanrader was…

Voor mij moest er geen tweede date komen.  Maar net die tweede date, dat wou Willy wel.  Hij zocht me nog geen 3 dagen later op bij me thuis met de vraag of ik niet mee wou naar een concert van U2.  Hij had kaarten voor het middenplein en wou er één van in mijn hand drukken.

Ik zat in een fase waarin ik dacht “liegen is onrespectvol” dus ik vertelde hem de waarheid : dat hij mijn prins niet was en dat ik hem dus niet zou vergezellen naar het (Sport)paleis.  Misschien had ik hem beter wijsgemaakt dat het niet aan hem lag en ik er gewoon niet klaar voor was.  Misschien.

Hoedanook, Willy werd razend en verdween schier schuimbekkend huiswaarts.

De volgende ochtend schreeuwde een mail om mijn aandacht.  Superlatieven verdrongen scheldwoorden, vervloekt werd mijn gezondheid en mijn nageslacht.  De mail besloot met de belofte dat hij me nog wel zou krijgen.

Nu opnieuw een Kerst zijn naalden verloor, vraag ik me Willy-gewijs opnieuw af:

Will he or won’t he…

Het beste beentje

21 dec

Een heel goede vriendin van me woont in Ierland.  In een poging de economische crisis aldaar eigenhandig naar het verleden te verdrijven, wil ik me al eens opofferen om daarheen te vliegen en wat te shoppen.

Uiteraard kan je niet in Ierland vertoeven zonder aan het publeven deel te nemen.  Uiteraard enkel uit folkloristische overwegingen!

Omdat ik al een paar jaar op en af vlieg, begin ik de Ierse vriendenkring van mijn vriendin ondertussen ook een beetje te kennen.  Zelfs haar collega’s zijn niet allen meer vreemden voor me.  Dus toen ik een werkuitje midden mijn verblijf in Belfast viel, werd ik hartelijk mee uitgenodigd en ik zei niet nee.  The Crown Bar was The Place To Be, en we waren met een stuk of 20.  Nu spreek ik een aardig mondje Engels, en versta ik meestal wat ze me proberen te vertellen – ’t is te zeggen, zolang ze elkaar nog verstaan, versta ik hen ook.

Die specifieke avond waren we met meer mensen dan dat er tafeltjes beschikbaar waren, maar dat moest de pret niet drukken – 3 tafels werden tegen elkaar geschoven en iedereen propte zijn stoel zo goed en kwaad mogelijk errond zodanig dat pints hun rustplaats vonden en geanimeerde discussies konden ontstaan.  Rechts van mij zat Connor.  Helaas reeds verknocht aan de zeer knappe en de bijzonder lieve Nuala.  Links van mij zat Jimmy.  Ik had mijn vriendin nog niet veel horen vertellen over Jimmy, behalve dat hij een beetje opdringerig kon zijn.  Vooralsnog had ik dat nog niet ondervonden, maar ik zat dan ook hoofdzakelijk in de diepblauwe ogen van Connor te staren.

Toen Connor door zijn liefje werd teruggeclaimd wendde ik met tot Jimmy.  Jimmy, 1m63 groot en sterk gelijkend op Bud uit Married With Children had een verrassend hoge stem die hij echter liefst van al zo luid mogelijk forceerde.  Hij had die bizarre neiging van mannen met een rode gelaatskleur om ook een fuchsia hemd te dragen – waarom toch ?!

Jimmy kwam uit het Zuiden van Ierland, uit Dublin, en voelde zich lichtjes superieur ten opzichte van zijn collega’s uit Belfast.  Hij onderhield me zeer langdradig over de historische verschillen tussen het noorden en het zuiden, over de politieke onlusten en de godsdiensttwisten, … het hield niet op.  Ik zat ondertussen beleefd van mijn wijntje te nippen, te tellen hoeveel mannen in de pub een oorbel droegen en me te ergeren aan het feit dat ik net op die plaats aan de tafel zat waar de tafelpoot me verhinderde mijn benen over elkaar te slaan.

Na 3 pints en ongeveer 1267 jaar Ierse geschiedenis sneed Jimmy het hoofdstuk van de Ierse vrouwen aan, meer bepaald hun preutsheid.

Vreemd genoeg maakte dat onderwerp hem eensklaps galanter.  Daar waar hij het uur daarvoor flagrant genegeerd had dat ik mijn been steeds doelloos weer naar beneden moest laten zakken telkens ik hem uit gewoonte over de andere had proberen te slaan, vroeg hij me plots vriendelijk “so, would you want a legover ?!  Ik zag hoe hij links van hem nog meer dan voldoende ruimte had om door te schuiven en zei hem dankbaar “oh, that would be fabulous – thank you”.

Ondanks het feit dat hij de beweging voorgesteld had, leek hij verrast door mijn enthousiaste antwoord, want hij checkte “really – you would want a legover.  Now.  Are yous sure ?!”.  Ik vond het een beetje vervelend dat zelfs zoiets simpels zo’n bespreking behoefde en vreesde al dat hij zou ontsteken in de geschiedenis van het ontstaan van het gebruik van de gekruiste benen.

Op mijn “Yes, I am sure, I would really like that legover now” bleef hij me in stilte aankijken.

Ondertussen kwam er beweging aan de andere kant van de tafel.  Mijn vriendin was klaar om naar huis te gaan en kwam me dat vertellen.  Zonder dat mijn benen iets comfortabeler terecht waren gekomen, nam ik afscheid van Jimmy (die zijn tong verloren leek te zijn) en de anderen.  Toen mijn vriendin en ik samen in de taxi terecht kwamen vertelden we elkaar het relaas van onze respectievelijke tafelhelft (de hare duidelijk de betere).

Ze vroeg me medelijdend of Jimmy niet te opdringerig was geweest en ik kon haar in eerlijkheid vertellen dat ‘langdradig’ en ‘saai’ wel aan hem toegeschreven konden worden, maar dat hij allesbehalve ambetant was geweest.  Ik prees zelfs zijn hoffelijkheid over hoe attent hij mijn beenproblematiek had opgemerkt en ondervangen.

Op mijn perplexe vraag waarom hij dan echter niet de daad bij het woord had gevoegd in plaats van het voorstel steeds maar te herhalen, barstte mijn vriendin in hysterisch lachen uit.

Een legover, zo weet ik nu, dat betekent in Belfast een one night stand.

Het bizarre van de conversatie werd plots een heel stuk duidelijker…